Onze stadspartners
Bij de start van het federaal Grootstedenbeleid in 1999 werd ervoor gekozen de beschikbare middelen te concentreren op de vijf grootste steden van het land. Een te grote versnippering van de beschikbare middelen werd hierdoor vermeden en de effectiviteit van de acties voor de heropleving van de steden gemaximaliseerd.
Voor het begrotingsjaar 2000 werd de tussenkomst van de federale regering dus beperkt tot de grote stedelijke centra met meer dan 150.000 inwoners: Antwerpen, Gent, Luik, Charleroi en de Brusselse agglomeratie. In Brussel werden enkel de 7 gemeenten weerhouden met wijken die in het Europees Objectief 2 – programma zijn erkend, met name Brussel-stad, Anderlecht, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek, Schaarbeek en Vorst (KB 12/08/00).
In het begrotingsjaar 2001 werd de beschikbare enveloppe uitgebreid om enerzijds de bijdrage aan de elf steden/gemeenten te behouden en om anderzijds ook in een aantal bijkomende steden projecten te betoelagen. Om deze nieuwe steden aan te duiden werden ook sociaal-economische criteria in rekening gebracht: alleen steden met 60.000 inwoners waarvan minstens 10% in achtergestelde buurten woont en waarvan het inkomen per inwoner lager is dan het nationaal gemiddelde werden in aanmerking genomen. De achtergestelde wijken zijn terug te vinden in de studie ‘Sociale structuren en buurten in moeilijkheden’ uitgevoerd door de ISEG van de KUL (Prof. C. Kesteloot) en de IGEAT van de ULB (Prof. C. Vandermotten). Aan de hand van deze criteria werden Bergen, La Louvière, Seraing en Oostende aan de lijst toegevoegd. (KB 26 september 2001)
Sinds 2005 kunnen deze steden niet enkel genieten van een federale ondersteuning via stadscontracten. In dit jaar ging ook een programma huisvesting van start. De stads- en huisvestingscontracten hebben, vanaf 2005, een looptijd van 3 jaar. Naast de 15 steden waarmee reeds stadscontracten werden afgesloten, werden ook huisvestingscontracten afgesloten met de steden Mechelen en Sint-Niklaas.
