Laatste nieuws

  1. Overheidsorganisatie van het jaar 2017

    Als trouwe organisatoren van ‘Onderneming van het Jaar®’ kiezen EY, BNP Paribas Fortis en De Tijd/L’Echo er ook dit jaar voor om hun erkenning te uiten voor de publieke sector. Zij organiseren voor het vierde jaar op rij de verkiezing van...
  2. Uitnodiging boekvoorstelling kinderarmoede

    Op donderdag 9 februari 2017 stelt het Kinderrechtencommissariaat zijn nieuw boek 'Spelen in zwarte sneeuw' voor in het Vlaams Parlement. De instelling vraagt in dit kwetsbare manifest aandacht voor kinderen die opgroeien in armoede.
  3. Housing First

    Sommigen kennen het al, anderen nog niet. Het model Housing First dat in 2013 in België geïnstalleerd werd, heeft als principe om in te zetten op het logeren als eerste stap van het proces van sociale réintegratie van daklozen. In een...

Laatste toevoegingen aan FAQ's

  1. Kan een minderjarige die door de dienst ‘Voogdij’ van de FOD Justitie is geïdentificeerd als niet-begeleide minderjarige vreemdeling, een recht op maatschappelijke dienstverlening openen?

    Ja, een minderjarige die door de dienst ‘Voogdij’ van de FOD Justitie is geïdentificeerd als niet-begeleide minderjarige vreemdeling, kan een recht op maatschappelijke dienstverlening openen indien deze minderjarige zich in een staat van behoeftigheid bevindt. Indien deze minderjarige geniet van materiële hulp van Fedasil of een andere instelling, bevindt hij zich niet in een behoeftige staat.

  2. Kan het OCMW de betrokkene verplichten om een gemeenschapsdienst te verrichten?

    Neen. Het verrichten van een gemeenschapsdienst gebeurt op een vrijwillige basis. Het verrichten van een gemeenschapsdienst is één van de elementen aan de hand waarvan kan beoordeeld worden of de betrokkene werkbereid is. Het OCMW moet steeds, zowel in de gevallen waarin een gemeenschapsdienst wordt gepresteerd als in de gevallen waarin er geen wordt gepresteerd, een afweging maken of de betrokkene werkbereid is of niet. Bij die afweging wordt steeds rekening gehouden met de specifieke situatie van de betrokkene. De loutere weigering tot het opnemen van een gemeenschapsdienst in een GPMI kan op zich geen reden zijn om te besluiten dat iemand niet beschikbaar is voor de arbeidsmarkt en dus niet werkbereid is.

  3. Welke datum moet er worden ingevuld op de terugbetalingsformulieren voor de bijzondere toelage van 10%?

    De bijzondere toelage is ten vroegste verschuldigd  vanaf de eerste dag van de maand waarin het GPMI werd ondertekend voor zover het leefloon reeds was toegekend op het moment dat het GPMI werd ondertekend.

    De bijzondere toelage is verschuldigd vanaf de dag waarop het leefloon is toegekend voor zover het GPMI in dezelfde maand werd ondertekend.

    Voor wat betreft de terugbetalingsformulieren moet de datum worden ingevuld van de zitting waarin het OCMW zijn beslissing tot toekenning, herziening of verlenging van het recht op maatschappelijke integratie heeft genomen. Voor het GPMI betekent dit specifiek het volgende:

    • Wanneer het GPMI ondertekend wordt in dezelfde maand als waarin er een beslissing tot toekenning van het leefloon werd genomen, dan dient deze datum (zijnde de datum van de zitting waarin het OCMW de beslissing tot toekenning van het leefloon heeft genomen) ingevuld te worden op de terugbetalingsformulieren en niet de datum waarop het GPMI werd ondertekend.
    • Wanneer het GPMI niet wordt ondertekend in dezelfde maand als waarin er een beslissing tot toekenning van het leefloon werd genomen, dient de datum te worden ingevuld van de zitting waarop de Raad of het bevoegde orgaan het GPMI heeft onderschreven (dit wil niet zeggen dat de Raad het GPMI moet ondertekenen. Het betreft een eenvoudige vermelding op de zitting dat het GPMI werd getekend voor de betrokkene).

Multimedia

md xs sm lg