Veelgestelde vragen

  1. Mag het OCMW in het kader van het sociaal onderzoek systematisch de rekeninguittreksels van de laatste 3 maanden opvragen ?

    Neen.

    Alhoewel het onderzoek naar de bestaansmiddelen van betrokkene een onmiskenbaar onderdeel uitmaakt van het sociaal onderzoek is het centrum niet toegelaten om systematisch alle rekeninguittreksels van betrokkene van de afgelopen 3 maanden op te vragen.

    Een dergelijke praktijk betekent namelijk een inbreuk op het privé-leven van betrokkene. Deze kan namelijk niet verplicht worden om een overzicht te geven van zijn maandelijkse uitgaven. Zoniet zou dit betekenen dat het OCMW een voorwaarde toevoegt aan de wet welke niet voorzien is.

    Onverminderd het feit dat het OCMW via andere wijzen een overzicht kan krijgen van de bestaansmiddelen van betrokkene (bv. kruispuntbank) moet het centrum op het moment van de aanvraag nagaan of betrokkene aan de wettelijk gestelde voorwaarden voldoet, onder andere of hij op dat moment over voldoende bestaansmiddelen beschikt of kan beschikken.

  2. Hoe gebeurt de spi-vrijstelling indien het inkomen geen betrekking heeft op een volledige maand

    In eerste instantie moet het inkomen ge-extrapolleerd worden naar een inkomen op maandbasis. Van dit bedrag wordt de maandelijkse spi-vrijstelling afgetrokken.

    Het bekomen maandbedrag wordt omgezet naar jaarbasis om hierop de jaarlijkse forfaitaire vrijstelling toe te passen.

    Het aldus bekomen bedrag op jaarbasis wordt tenslotte opnieuw omgezet naar het aantal dagen/periode waarom het inkomen betrekking heeft.

  3. Moet de spi-vrijstelling toegepast worden indien iemand over inkomsten beschikt die hoger zijn dan het leefloonbedrag waarop hij zou gerechtigd zijn ?

    Indien betrokkene aan de voorwaarden voldoet om de spi-vrijstelling toe te passen moet in eerste instantie steeds getracht worden deze toe te passen.

    Er moet met name eerst nagegaan worden of betrokkene door deze toepassing al dan niet het recht op een (aanvullend) leefloon kan openen.

    Voorbeeld dd. 01.01.2015

    Een alleenstaande leefloongerechtigde (maandbedrag € 817,36) start een tewerkstelling en ontvangt € 1.000 per maand. Berekening :

    1.000 – 234,55 = 765,45 < 817,36 Er is dus recht op een aanvullend leefloon.

    Om na te gaan of betrokkene nog recht heeft op een aanvullend leefloon moet vanzelfsprekend wel rekening gehouden worden met alle bestaansmiddelen van betrokkene die niet zijn vrijgesteld.

    Indien betrokkene nog gerechtigd is op een aanvullend leefloon moet de jaarlijkse forfaitaire vrijstelling van zijn categorie op het einde van de berekening van de bestaansmiddelen nog toegepast worden.

  4. Hoe wordt de spi-vrijstelling toegepast indien iemand werkt via het systeem van interim-arbeid ?

    Aangezien de inkomsten in aanmerking worden genomen gedurende de hele periode die gedekt wordt door deze manier van werken, wordt de spi-vrijstelling eveneens berekend over de hele periode waarin de inkomsten in aanmerking worden genomen.

    Voorbeeld: X is leefloongerechtigd en werkt via interim-arbeid. In april werkt hij op volgende dagen: 4, 11-13, 24 en 28 april. De spi-vrijstelling zal berekend worden op de inkomsten van de hele maand april omdat de inkomsten ook in aanmerking genomen worden voor de hele maand.

  5. Hoe worden de inkomsten berekend indien iemand werkt via een systeem van interim-arbeid ?

    Van zodra iemand begint te werken via interim-arbeid worden de inkomsten in aanmerking genomen gedurende de hele periode die gedekt wordt door deze manier van werken, inbegrepen de dagen dat betrokkene niet werkt.

    Vb. betrokkene werkt gedurende volgende dagen: 17 tot 22 september, 28 september, 6 tot 8 oktober, 19 oktober en 28 oktober.

    De inkomsten worden in aanmerking genomen vanaf 17 (start van de reguliere interim-arbeid) tot en met 30 september en gedurende de hele maand oktober (verder werken via interim-arbeid).

  6. Hoelang kan de spi-vrijstelling voor studenten die studies met voltijds leerplan volgen, toegepast worden ?

    De spi-vrijstelling voor studenten moet toegepast worden gedurende de periode dat er een gpmi (geindividualiseerd project voor maatschappelijke integratie) is afgesloten.

    Aangezien dit verplicht is gedurende de hele duur van de studies wordt dus de vrijstelling toegpast gedurende de hele duur van de studies.

     

    Indien de jongere na zijn studies nog leefloon geniet, zal hij vervolgens ook kunnen genieten van de gewone SPI-vrijstelling indien hij aan de voorwaarden voldoet.

md xs sm lg