Veelgestelde vragen

  1. Wat zijn de voorwaarden om een referentieadres bij een OCMW te verkrijgen?

    Enkel personen die bij gebrek aan bestaansmiddelen geen verblijfplaats hebben of meer hebben, zijnde “daklozen”, komen in aanmerking voor een referentieadres bij een OCMW.

    De dakloze mag bovendien over geen enkele inschrijving meer beschikken in de bevolkingsregisters (noch een adres als hoofdverblijfplaats, noch een referentieadres).

  2. Bij wie kan een dakloze een referentieadres nemen?

    Daklozen kunnen een referentieadres nemen, ofwel bij een natuurlijke persoon, ofwel bij het OCMW.

    Ze zijn vrij in hun keuze onder welke vorm ze een referentieadres nemen. Het is niet zo dat een referentieadres bij een natuurlijk persoon voorrang geniet op een referentieadres bij een OCMW.

  3. Wat is een referentieadres en waartoe dient het ?

    Onder referentieadres wordt verstaan :

    “Het adres van ofwel een natuurlijke persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister op de plaats waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, ofwel een rechtspersoon en waar, met de toestemming van deze natuurlijke persoon of deze rechtspersoon, een natuurlijke persoon zonder vaste verblijfplaats is ingeschreven”.

    Een referentieadres biedt de persoon de mogelijkheid om een administratieve verankering te hebben en zijn briefwisseling te ontvangen. Het is dus niet enkel in het belang van de betrokkene, maar ook in het belang van derden (gerechtsdeurwaarders, schuldeisers, overheidsdiensten, …).

    Dankzij het referentieadres kan de betrokkene ook aanspraak maken op alle sociale voordelen waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister vereist is (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag, aansluiting bij een ziekenfonds, …).

  4. Welke bewijsstukken moet het OCMW aan de Inspectie van de POD Maatschappelijke Integratie bezorgen voor de terugbetaling van de huisvestingskosten in het kader van het ministerieel besluit van 30/1/1995 (de behoeftige asielzoekers)?

    Het OCMW kan slechts worden terugbetaald in verhouding tot de huisvestingskosten waarvan het kan aantonen dat zij werden gemaakt. Het bedrag is dus niet forfaitair, maar enkel op basis van werkelijke kosten. In dit geval moet duidelijk bewijs van de uitgaven worden geleverd.

  5. Zijn er meerdere terugbetalingen bij de installatie van een gezin mogelijk in het kader van het ministerieel besluit van 30/1/1995 (behoeftige asielzoekers)?

    Ja, maar het maximale aantal per gezin is gelijk aan 3.

    De volgende situaties zijn mogelijk :

    1) Een alleenstaande = 1x bedrag categorie “alleenstaande”

    2) Een gezin van 2 personen = 2x bedrag categorie “alleenstaande”

    3) Een gezin van 3 personen = 3x bedrag categorie “alleenstaande”

    4) Een gezin van meer dan 3 personen = toch maar 3x bedrag categorie “alleenstaande”

  6. Wat zijn de voorwaarden voor de terugbetaling van huisvestingskosten in het kader van het ministerieel besluit van 30/1/1995 (behoeftige asielzoekers)?

    De staat betoelaagt enkel de huisvestingskosten voor behoeftige asielzoekers die voor de eerste maal de dienstverlening van een OCMW ontvangen en die zich voor het eerst in een woning vestigen. Bijkomende voorwaarde voor een staatsbetoelaging is tevens het feit dat de huisvesting moet plaatsvinden op het grondgebied van het steunverlenend centrum. De installatie in een woning mag ook niet plaats hebben gevonden vóór de aanvang van de steunverlening.

  7. Welke bewijsstukken moet het OCMW aan de Inspectie van de POD Maatschappelijke Integratie bezorgen voor de toekenning van de subsidie van de installatiepremie in het kader van de organieke wet?

    De reglementering voorziet er uitdrukkelijk in dat de premie niet mag worden aangewend om de huurwaarborg of de huurprijs te financieren. Er wordt verduidelijkt dat deze premie door de betrokkene moet worden gebruikt om de inrichting en de uitrusting van de woning te bekostigen. Om te waarborgen dat deze premie niet gebruikt wordt voor de huurwaarborg en de huurprijs zal het OCMW bewijsstukken moeten kunnen voorleggen die aantonen dat deze premie gediend heeft voor kosten in verband met de inrichting en de uitrusting van de woning van de geholpen persoon.

md xs sm lg