Veelgestelde vragen

  1. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een F+ kaart. De betrokkene is meer dan 2 jaar van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    Wanneer een duurzaam recht op verblijf werd verkregen, kan het slechts worden verloren door een afwezigheid van meer dan 2 achtereenvolgende jaren van het Belgische grondgebied. Indien de betrokkene meer dan 2 jaar is afgevoerd, houdt dit in dat vanaf deze afvoering van ambtswege vermoed wordt dat de betrokkene zich niet meer bevindt op het Belgische grondgebied. Hierdoor kan er geen beroep gedaan worden op het recht op terugkeer. Als de betrokkene het Belgische grondgebied niet heeft verlaten, kan hij het vermoeden dat hij het Belgische grondgebied had verlaten, weerleggen. De betrokkene dient zich naar de gemeente te begeven met alle bewijzen hieromtrent.  Het komt toe aan de Dienst Vreemdelingenzaken om zich uit te spreken of de betrokkene al dan niet het vermoeden heeft weerlegd en derhalve te bepalen of er nog een verblijfsrecht bestaat of niet. In afwachting van de beslissing van Dienst Vreemdelingenzaken, heeft de betrokkene enkel recht op dringende medische hulp.

  2. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een E+ kaart. De betrokkene is minder dan 2 jaar van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De betrokkene kan gedurende 2 jaar te rekenen vanaf de afvoering van ambtswege, zijn recht op terugkeer inroepen. De betrokkene kan aanspraak maken op het recht op maatschappelijke integratie en/of het recht op aanvullend maatschappelijke dienstverlening gedurende 2 jaar, te rekenen vanaf de afvoering van ambtswege en dit ongeacht of zijn verblijfstitel nog geldig is of niet.

    Het OCMW dient de betrokkene aan te sporen om zich naar de gemeente te begeven en te verzekeren dat de betrokkene het nodige doet om zijn verblijfssituatie in orde te brengen.

  3. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een E+ kaart. De betrokkene is meer dan 2 jaren van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    Wanneer een duurzaam recht op verblijf werd verkregen, kan het slechts worden verloren door een afwezigheid van meer dan 2 achtereenvolgende jaren van het Belgische grondgebied. Indien de betrokkene meer dan 2 jaar is afgevoerd, houdt dit in dat vanaf deze afvoering van ambtswege vermoed wordt dat de betrokkene zich niet meer bevindt op het Belgische grondgebied. Hierdoor kan er geen beroep gedaan worden op het recht op terugkeer. Als de betrokkene het Belgische grondgebied niet heeft verlaten, kan hij het vermoeden dat hij het Belgische grondgebied had verlaten, weerleggen. De betrokkene dient zich naar de gemeente te begeven met alle bewijzen hieromtrent.  Het komt toe aan de Dienst Vreemdelingenzaken om zich uit te spreken of de betrokkene al dan niet het vermoeden heeft weerlegd en derhalve te bepalen of er nog een verblijfsrecht bestaat of niet. In afwachting van de beslissing van Dienst Vreemdelingenzaken, heeft de betrokkene enkel recht op dringende medische hulp.

  4. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een F+ kaart. De betrokkene is minder dan 2 jaar van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De betrokkene kan gedurende 2 jaar te rekenen vanaf de afvoering van ambtswege, zijn recht op terugkeer inroepen. De betrokkene kan aanspraak maken op het recht op maatschappelijke integratie en/of het recht op aanvullend maatschappelijke dienstverlening gedurende 2 jaar, te rekenen vanaf de afvoering van ambtswege en dit ongeacht of zijn verblijfstitel nog geldig is of niet.

    Het OCMW dient de betrokkene aan te sporen om zich naar de gemeente te begeven en te verzekeren dat de betrokkene het nodige doet om zijn verblijfssituatie in orde te brengen.

  5. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een F-kaart. De F-kaart is niet meer geldig. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De betrokkene die het recht van terugkeer wilt genieten, moet in het bezit zijn van F-kaart waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is. Indien de betrokkene een verstreken verblijfstitel overmaakt, kan er geen beroep gedaan worden op het recht op terugkeer. Als de betrokkene het Belgische grondgebied niet heeft verlaten, kan hij het vermoeden dat hij het Belgische grondgebied had verlaten, weerleggen. De betrokkene dient zich naar de gemeente te begeven met alle bewijzen hieromtrent. Het komt toe aan de Dienst Vreemdelingenzaken om zich uit te spreken of de betrokkene al dan niet het vermoeden heeft weerlegd en derhalve te bepalen of er nog een verblijfsrecht bestaat of niet. In afwachting van de beslissing van Dienst Vreemdelingenzaken, heeft de betrokkene enkel recht op dringende medische hulp.

  6. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een F-kaart. De F-kaart is nog geldig en de betrokkene is meer dan 1 jaar van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De vreemdeling die houder is van een geldige F-kaart heeft gedurende 1 jaar een recht op terugkeer. Indien de betrokkene meer dan 1 jaar is afgevoerd, houdt dit in dat vanaf deze afvoering van ambtswege vermoed wordt dat de betrokkene zich niet meer bevindt op het Belgische grondgebied. Hierdoor kan er geen beroep gedaan worden op het recht op terugkeer. Als de betrokkene het Belgische grondgebied niet heeft verlaten, kan hij het vermoeden dat hij het Belgische grondgebied had verlaten, weerleggen. De betrokkene dient zich naar de gemeente te begeven met alle bewijzen hieromtrent. Het komt toe aan de Dienst Vreemdelingenzaken om zich uit te spreken of de betrokkene al dan niet het vermoeden heeft weerlegd en derhalve te bepalen of er nog een verblijfsrecht bestaat of niet. In afwachting van de beslissing van Dienst Vreemdelingenzaken, heeft de betrokkene enkel recht op dringende medische hulp.

  7. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een F-kaart. De F-kaart is nog geldig en de betrokkene is minder dan 1 jaar van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De betrokkene kan gedurende één jaar te rekenen vanaf de afvoering van ambtswege, zijn recht op terugkeer inroepen.

    Men moet niettemin nagaan in welke hoedanigheid de F-kaart werd afgeleverd:

    • Recht op maatschappelijke integratie en/of recht op aanvullende maatschappelijke dienstverlening indien het een gezinshereniging met een burger van de Europese Unie betreft die de hoedanigheid van werknemer of zelfstandige heeft.

    • Recht op maatschappelijke integratie en/of recht op aanvullende maatschappelijke dienstverlening indien het een gezinshereniging met een burger van de Europese Unie betreft die een andere hoedanigheid heeft dan werkzoekende, werknemer of zelfstandige of indien het een gezinshereniging met een Belg betreft, op voorwaarde dat er drie maanden zijn verstreken sinds de datum van de afgifte van de bijlage 19ter. Indien de betrokkene geen bijlage 19ter ontving, maar onmiddellijk een F-kaart kreeg, dan moet de periode van drie maanden gerekend worden vanaf de datum van de afgifte van die F-kaart.

    • Recht op maatschappelijke integratie zonder aanvullende maatschappelijke dienstverlening indien het een gezinshereniging met een burger van de Europese Unie betreft die de hoedanigheid van werkzoekende heeft op voorwaarde dat er drie maanden zijn verstreken sinds de datum van de afgifte van de bijlage 19ter. Indien de betrokkene geen bijlage 19ter ontving, maar onmiddellijk een F-kaart kreeg, dan moet de periode van drie maanden gerekend worden vanaf de datum van de afgifte van die F-kaart.

    Het OCMW dient de betrokkene aan te sporen om zich naar de gemeente te begeven en te verzekeren dat de betrokkene het nodige doet om zijn verblijfssituatie in orde te brengen.

  8. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een E-kaart. De E-kaart is niet meer geldig. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De betrokkene die het recht van terugkeer wilt genieten, moet in het bezit zijn van een E-kaart waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is. Indien de betrokkene een verstreken verblijfstitel overmaakt, kan er geen beroep gedaan worden op het recht op terugkeer. Als de betrokkene het Belgische grondgebied niet heeft verlaten, kan hij het vermoeden dat hij het Belgische grondgebied had verlaten, weerleggen. De betrokkene dient zich naar de gemeente te begeven met alle bewijzen hieromtrent.  Het komt toe aan de Dienst Vreemdelingenzaken om zich uit te spreken of de betrokkene al dan niet het vermoeden heeft weerlegd en derhalve te bepalen of er nog een verblijfsrecht bestaat of niet. In afwachting van de beslissing van Dienst Vreemdelingenzaken, heeft de betrokkene enkel recht op dringende medische hulp.

  9. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een E-kaart. De E-kaart is nog geldig en de betrokkene is meer dan 1 jaar van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De vreemdeling met een E-kaart heeft gedurende 1 jaar een recht op terugkeer. Indien de betrokkene meer dan 1 jaar is afgevoerd, houdt dit in dat vanaf deze afvoering van ambtswege vermoed wordt dat de betrokkene zich niet meer bevindt op het Belgische grondgebied. Hierdoor kan er geen beroep gedaan worden op het recht op terugkeer. Als de betrokkene het Belgische grondgebied niet heeft verlaten, kan hij het vermoeden dat hij het Belgische grondgebied had verlaten, weerleggen. De betrokkene dient zich naar de gemeente te begeven met alle bewijzen hieromtrent. Het komt toe aan de Dienst Vreemdelingenzaken om zich uit te spreken of de betrokkene al dan niet het vermoeden heeft weerlegd en derhalve te bepalen of er nog een verblijfsrecht bestaat of niet. In afwachting van de beslissing van Dienst Vreemdelingenzaken, heeft de betrokkene enkel recht op dringende medische hulp.

  10. De betrokkene had voor de afvoering van ambtswege een E-kaart. De E-kaart is nog geldig en de betrokkene is minder dan 1 jaar van ambtswege afgevoerd. Waar kan hij aanspraak op maken?

    De betrokkene kan gedurende één jaar te rekenen vanaf de afvoering van ambtswege, zijn recht op terugkeer inroepen.

    Men moet niettemin nagaan in welke hoedanigheid de E-kaart werd afgeleverd:

    • Recht op maatschappelijke integratie en/of recht op aanvullende maatschappelijke dienstverlening indien het een burger van de Europese Unie betreft die in zijn eigen hoedanigheid van werknemer of zelfstandige een verblijfrecht van meer dan drie maanden heeft verkregen of een gezinslid die de burger van de Europese Unie die de hoedanigheid van werknemer of zelfstandige heeft, begeleidt of komt vervoegen.  
    • Recht op maatschappelijke integratie en/of recht op aanvullende maatschappelijke dienstverlening indien het een burger van de Europese Unie betreft die in zijn eigen hoedanigheid andere dan werkzoekende, werknemer of zelfstandige een verblijfrecht van meer dan drie maanden heeft verkregen of een gezinslid die de burger van de Europese Unie die niet de hoedanigheid van werkzoekende, werknemer of zelfstandige heeft, begeleidt of komt vervoegen op voorwaarde dat er drie maanden zijn verstreken sinds de datum van de afgifte van de bijlage 19. Indien de betrokkene geen bijlage 19 ontving, maar onmiddellijk een E-kaart kreeg, dan moet de periode van drie maanden gerekend worden vanaf de datum van de afgifte van die E-kaart.
    • Recht op maatschappelijke integratie zonder aanvullende maatschappelijke dienstverlening indien het een burger van de Europese Unie betreft die in zijn eigen hoedanigheid van werkzoekende een verblijfrecht van meer dan drie maanden heeft verkregen of een gezinslid die de burger van de Europese Unie die de hoedanigheid van werkzoekende heeft, begeleidt of komt vervoegen op voorwaarde dat er drie maanden zijn verstreken sinds de datum van de afgifte van de bijlage 19. Indien de betrokkene geen bijlage 19 ontving, maar onmiddellijk een E-kaart kreeg, dan moet de periode van drie maanden gerekend worden vanaf de datum van de afgifte van die E-kaart.

    Het OCMW dient de betrokkene aan te sporen om zich naar de gemeente te begeven en te verzekeren dat de betrokkene het nodige doet om zijn verblijfssituatie in orde te brengen.

md xs sm lg