Veelgestelde vragen

  1. Kan een woning in het kader van deze projectoproep worden ingediend indien deze in het verleden reeds als een sociale woning gebruikt werd?

    Het doel van deze projectoproep is om het aantal kwaliteitsvolle doorgangswoningen in België te verhogen.

    De woningen die reeds gebruikt werden als woningen met sociale oogmerken en de woningen die reeds gesubsidieerd worden door de Nationale Loterij, komen niet in aanmerking voor deze projectoproep. De LOI’s zijn hierop een uitzondering.

    De aanvraag dient een nieuw project van doorgangswoningen te omvatten, hetzij door de renovatie en de uitrusting, hetzij door het plaatsen van een wooncontainer.

  2. Wie behoort tot de eerste categorie?

    De begunstigden van de verhoogde tussenkomt van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RVV):

    • weduwe of weduwnaar, invalide, gepensioneerde of wees

    • gehandicapt kind met een verhoogde kinderbijslag

    • langdurig werkloze (sinds meer dan een jaar) ouder dan 50 jaar

    • begunstigde van de inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

    • begunstigde van een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap

    • begunstigde van een leefloon (LL)

    • begunstigde van een equivalent leefloon en het bedrag van het bruto belastbaar jaarinkomen van het gezin is lager dan of gelijk aan € 19.566,25 vermeerderd met € 3.622,24 per persoon ten laste (voor de aanvragen ingediend vanaf 1 maart 2020).

  3. Welke huishoudens behoren tot categorie 2?

    Huishoudens met een laag inkomen: het bedrag van het bruto belastbaar jaarinkomen van het huishouden is lager dan of gelijk aan € 19.566,25 (vanaf 1/03/2020) vermeerderd met € 3.622,24 (vanaf 1/03/2020) per persoon ten laste.

    Om als persoon ten laste te worden beschouwd, dient het netto inkomen lager te zijn dan 3.330€ (vanaf 01/01/2020), de gezinsbijslag en het onderhoudsgeld voor kinderen niet meegeteld.

  4. Wordt een jongere die een voorziening van Bijzondere Jeugdbijstand verlaat, beschouwd als ex-dakloze voor de toekenning van een installatiepremie ?

    Eén van de voorwaarden voor de toekenning van de installatiepremie (wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s) luidt:
    De hoedanigheid van dakloze verliezen door een woonst te betrekken die hem als hoofdverblijfplaats dient.

    De definitie van dakloze is: een persoon die niet over een eigen woongelegenheid beschikt, die niet de financiele middelen heeft om daar op eigen krachten voor te zorgen en daardoor geen verblijfplaats heeft of die tijdelijk in een tehuis verblijft in afwachting dat hem een eigen woongelegenheid ter beschikking wordt gesteld.

     

    Een jongere die woont in een voorziening van Bijzondere Jeugdbijstand of  in een vorm van begeleid zelfstandig wonen waar onderdak gekoppeld aan begeleiding wordt aangeboden, kunnen we volgens deze definitie als dakloos beschouwen.

  5. Dient het OCMW een schuldbemiddelingsdienst te hebben om gebruik te kunnen maken van artikel 4 van de wet van 4 september 2002 (subsidie personeelskosten)?

    Ja, het OCMW dient:

    - ofwel zelf erkend te zijn als schuldbemiddelingsdienst;

    - ofwel een overeenkomst te sluiten met een erkend bemiddelaar of erkende bemiddelingsdienst.

    Indien het OCMW niet beschikt over een erkenning of een contract, heeft deze geen recht op de subsidie in het kader van artikel 4 maar wel op de subsidie van artikel 6 (subsidie financiële maatschappelijke dienstverlening – energiebeleid).

  6. Moet het OCMW de bewijsstukken in papieren vorm bewaren?

    Het OCMW kan de bewijsstukken van de gegevens die de aanvraag van een verwarmingstoelage betreffen ook in elektronische vorm opslaan (bijvoorbeeld via printscreen). Deze stukken dienen wel consulteerbaar te zijn bij een controle van de inspectiedienst. Alle informatie die verkregen wordt via de KSZ-stroom dient voor de inspectiedienst niet meer op een andere manier te worden bewezen.

  7. Wat zijn de voorwaarden om een referentieadres bij een OCMW te verkrijgen?

    Enkel personen die bij gebrek aan bestaansmiddelen geen verblijfplaats hebben of meer hebben, zijnde “daklozen”, komen in aanmerking voor een referentieadres bij een OCMW.

    De dakloze mag bovendien over geen enkele inschrijving meer beschikken in de bevolkingsregisters (noch een adres als hoofdverblijfplaats, noch een referentieadres).

  8. Bij wie kan een dakloze een referentieadres nemen?

    Daklozen kunnen een referentieadres nemen, ofwel bij een natuurlijke persoon, ofwel bij het OCMW.

    Ze zijn vrij in hun keuze onder welke vorm ze een referentieadres nemen. Het is niet zo dat een referentieadres bij een natuurlijk persoon voorrang geniet op een referentieadres bij een OCMW.

  9. Wat is een referentieadres en waartoe dient het ?

    Onder referentieadres wordt verstaan :

    “Het adres van ofwel een natuurlijke persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister op de plaats waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, ofwel een rechtspersoon en waar, met de toestemming van deze natuurlijke persoon of deze rechtspersoon, een natuurlijke persoon zonder vaste verblijfplaats is ingeschreven”.

    Een referentieadres biedt de persoon de mogelijkheid om een administratieve verankering te hebben en zijn briefwisseling te ontvangen. Het is dus niet enkel in het belang van de betrokkene, maar ook in het belang van derden (gerechtsdeurwaarders, schuldeisers, overheidsdiensten, …).

    Dankzij het referentieadres kan de betrokkene ook aanspraak maken op alle sociale voordelen waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister vereist is (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag, aansluiting bij een ziekenfonds, …).

md xs sm lg