Veelgestelde vragen

  1. Wat wordt verstaan onder investering ?

    Er zijn twee soorten investeringen: een bestemd voor de OCMW’s en een andere bestemd voor het doelpubliek.
    1) De OCMW’s mogen een investering doen voor een bedrag van maximaal 500 €, excl. BTW. Een enkele investering is slechts geldig voor de duur van de toegekende subsidie.


    2) De OCMW’s mogen het doelpubliek helpen voor kleine investeringen. Het maximumbedrag is 500 € per geholpen persoon. De bewijsstukken moeten ter beschikking gehouden worden van de inspecteurs die de controle ter plaatse uitvoeren.

  2. Hoe moet de financiering worden geregeld van een activiteit die zich tot een gemengd publiek richt?

    Enkel de financiering van activiteiten bestemd voor het doelpubliek wordt ten laste genomen door de subsidies participatie en sociale activering.

    Wanneer de activiteit bestemd is voor een publiek dat samengesteld is uit personen waarvoor het OCMW niet moet tussenkomen en waarvoor het OCMW moet tussenkomen in de kosten, moet als volgt gehandeld worden:

    1) Het aantal begunstigden dat deelneemt aan de activiteit kan duidelijk worden vastgesteld
    (voorbeeld: groep van 20 personen waarvan er 6 tot de doelgroep behoren; 6/20 van de uitgave mag ten laste worden genomen)

    Het publiek dat deelneemt aan de activiteit is gemengd en niet bepaald: de verdeelsleutel die het aantal personen raamt dat steun zou kunnen krijgen moet worden toegepast

  3. Wat is het doel van het luik kinderarmoede?

    Kinderen zijn vaak het eerste slachtoffer van de kwetsbare toestand van hun ouders. Zij zien hun toekomst gehypothekeerd en bevinden zich in de spiraal van de armoede.

    Om de effecten van de economische crisis te compenseren, heeft de regering dus een uitzonderlijk budget gedeblokkeerd ten gunste van het doelpubliek dat deze kinderen vertegenwoordigen.

    Het doel van deze uitzonderlijke subsidie is armoede bij het kind te bestrijden en het een reële kans te geven om uit de armoede te raken.

  4. Wat is het doel van het luik sociale en culturele participatie?

    Enquêtes hebben aangetoond dat kansarmen minder, of zelfs helemaal niet, deelnemen aan sociale en culturele activiteiten.

    Het doel van de maatregel sociale en culturele participatie is kansarmen te betrekken bij het sociale leven door hen te laten deelnemen aan het sportieve en culturele leven en door hen toegang te geven tot de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën.

  5. Moet er een sociaal onderzoek worden uitgevoerd voor de individuele steun?

    Er moet altijd een sociaal onderzoek worden ingesteld bij een individuele steun. De aanvraag tot tussenkomst moet in een register worden ingeschreven (art. 58 §1 van de wet van 8 juli 1976). Het OCMW kan collectieve tussenkomsten organiseren. In dat geval is het niet nodig om een individueel sociaal onderzoek te voeren.

md xs sm lg