Veelgestelde vragen

  1. Wat moet in de omzendbrief van 7 februari 2014 betreffende de verplichting voor de OCMW's om hun gerechtigden in te schrijven in de regionale tewerkstellingsdienst verstaan worden onder "billijkheidsredenen"?

    De wetgeving verduidelijkt niet wat moet worden verstaan onder "billijkheidsredenen".

    Dit begrip moet door de maatschappelijk werkers beoordeeld worden tijdens het sociaal onderzoek dat zal gevoerd worden om het recht op maatschappelijke integratie of dienstverlening toe te kennen, gevalideerd worden door de raad voor maatschappelijk welzijn of het bijzonder comité van de sociale dienst tijdens de besluitvorming en het betekend worden aan de gerechtigde.

    Een billijkheidsreden moet geval per geval overwogen worden, in functie van de specifieke omstandigheden waarin de aanvrager zich bevindt.

    Er moet echter op worden toegezien dat er een zeer ruime interpretatie wordt gewaarborgd van dit begrip billijkheid, rekening houdend met het feit dat het begrip bereidheid om te werken niet mag gelijkgesteld worden aan dat van beschikbaarheid op de arbeidsmarkt, noch met de verplichting om gelijk welke geschikte job te aanvaarden, specifieke verplichtingen van de werkloosheidsreglementering. Wanneer een residuair stelsel werd ingevoerd via de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, is dit om een sociale begeleiding te waarborgen voor de personen die om verschillende redenen (nog) niet beschikbaar kunnen zijn op de arbeidsmarkt.

    Zo kunnen de OCMW's de OCMW-gerechtigden die sociale hinderpalen tegenkomen, zoals hun socioprofessionele inschakeling die niet op korte termijn kan worden overwogen om billijkheidsredenen, vrijstellen van hun bereidheid om te werken (Bijv. analfabetisme, een probleem met kinderopvang, een mobiliteitsprobleem, onvoldoende kennis van een van de landstalen, een precaire of onbestaande huisvesting, …).

    De inspectiedienst van de POD Maatschappelijke Integratie zal deze rechtvaardigingen onderzoeken, rekening houdend met de context zoals die beschreven is in het sociaal verslag en met de interpretatie die door deze FAQ wordt gegeven aan het begrip "billijkheidsredenen"

    Naast deze punten herinneren wij eveneens aan het specifieke geval van artikel 11, §2, van de wet betreffende het RIS: de wetgever verwijst echter wel naar billijkheidsredenen wanneer een gerechtigde, met het oog op een verhoging van zijn inschakelingskansen in het beroepsleven, een studie met voltijds leerplan aanvat, hervat of voortzet in een door de gemeenschappen erkende, georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinstelling.

  2. Is het, in het kader van de partnerschapsovereenkomst, mogelijk om een partnerschap aan te gaan met de interne diensten voor sociale economie in het OCMW?

    Neen.

    Artikel 3 KB 23 september 2004 verduidelijkt dat de financiële tegemoetkoming enkel kan worden toegekend wanneer gelijktiijdig aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1° het OCMW sluit, bij toepassing van artikel 61 van de OW, een individuele partnerschapsovereenkomst voor een gerechtigde met de openbare dienst voor arbeidsbemiddeling of een of meerdere erkende partners;

    2° via deze partnerschapovereenkomst verbindt de openbare dienst voor arbeidsbemiddeling of de erkende partner(s) zich ertoe voor de gerechtigde een op de persoon toegespitst begeleidingsplan op te stellen en uit te voeren met het oog op zijn begeleiding en zijn toeleiding naar een tewerkstelling in een onderneming.

    De basis van het partnerschap is dus een overeenkomst die moet worden opgesteld bij toepassing van artikel 61 van de organieke wet.

    Artikel 61 maakt deel uit van de reglementaire bepalingen in verband met de algemene taken van de OCMW's en met de uitvoeringsmodaliteiten ervan.

    Art. 61: in het kader van de uitvoering van hun taken kunnen de OCMW's "een beroep doen op de medewerking van personen, van inrichtingen of diensten, die, opgericht werden hetzij door openbare besturen, hetzij op privé-initiatief, in staat zijn de middelen aan te wenden tot verwezenlijking van de verschillende oplossingen die zich opdringen, met eerbiediging van de vrije keuze van de betrokkene".

  3. Wat is de rol van het OCMW als juridisch werkgever?

    • Betalen van loon

    • Doen van Dimona-aangifte

    • Toepassen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

    • Sluiten arbeidsongevallenverzekering

    • Naleven van de wet van 4/8/1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk

  4. Welke vorm van ter beschikking stelling is niet toegestaan?

    • Partijen betrokken bij ter beschikking stelling dienen bestaande wettelijk kader te respecteren, evenals de ratio legis van de maatregel, nl. duurzame professionele integratie van de art.60er tot stand brengen

    Bij overschrijden van deze grenzen is er sprake van verboden terbeschikkingstelling.

    Vb. mag niet:

    • Gebruiker die art.60er op zijn beurt bij een derde gaat tewerkstellen

    • Tbs waarbij eigenlijke bedoeling erin bestaat de gebruiker te voorzien van goedkope arbeidskrachten

    => aanbeveling: in de samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW en gebruiker

    • de verplichtingen van de gebruiker inzake individuele begeleiding en opvolging duidelijk te omschrijven

    • Feit dat tewerkstelling van de art.60er een bijkomende tewerkstelling uitmaakt die niet gericht is op de vervanging van afwezige vaste werknemer

     

  5. Hoe zal het terugbetalingssysteem worden aangepast?

    Het terugbetalingssysteem wordt momenteel grondig hervormd. Vanaf het ogenblik dat het nieuwe systeem operationeel is, zullen de formulieren geweigerd worden wanneer het maximumbedrag is bereikt of wanneer de gevraagde som de beschikbare som overschrijdt. Vanaf het ogenblik dat het maximumbedrag is uitgeput, zal geen enkele verhoogde Staatstoelage meer worden terugbetaald, maar er kan nog steeds een "klassieke" toelage art. 60§7 worden aangevraagd voor de overige maanden.

  6. Hoe kan een OCMW het gebruik van zijn budget maximaliseren?

    Wij raden het OCMW aan om het gebruik van het beschikbare budget van dichtbij op te volgen om het resterende budget te kunnen evalueren voor de uitvoering van een nieuwe tewerkstelling bij toepassing van art. 60 verhoogde Staatstoelage. De aanvraag tot terugbetaling gebeurt bij voorkeur op basis van een zo realistisch mogelijke schatting van de maandelijkse loonkosten. De regularisaties moeten zo vlug mogelijk worden uitgevoerd.

  7. Worden de lopende overeenkomsten toegevoegd aan het voor 2013 toegekende bedrag?

    Neen, het maximaal vastgelegde bedrag per OCMW bevat de lopende overeenkomsten. Wanneer de lopende overeenkomsten het maximumbedrag overschrijdt, zullen deze overeenkomsten toch nog gesubsidieerd worden tot zij aflopen, maar er kan geen budget meer gevraagd worden voor de financiering van extra jobs met de verhoogde Staatstoelage van 2013.

md xs sm lg