Veelgestelde vragen

  1. Welke bewijsstukken moet het OCMW aan de Inspectie van de POD Maatschappelijke Integratie bezorgen voor de toekenning van de subsidie van de installatiepremie in het kader van de organieke wet?

    De reglementering voorziet er uitdrukkelijk in dat de premie niet mag worden aangewend om de huurwaarborg of de huurprijs te financieren. Er wordt verduidelijkt dat deze premie door de betrokkene moet worden gebruikt om de inrichting en de uitrusting van de woning te bekostigen. Om te waarborgen dat deze premie niet gebruikt wordt voor de huurwaarborg en de huurprijs zal het OCMW bewijsstukken moeten kunnen voorleggen die aantonen dat deze premie gediend heeft voor kosten in verband met de inrichting en de uitrusting van de woning van de geholpen persoon.

  2. Wat zijn de voorwaarden voor het recht op een installatiepremie in het kader van de organieke wet?

    Personen die een vervangingsinkomen genieten ten laste van de sociale zekerheid of een uitkering ten laste van een stelsel van sociale bijstand alsook de personen die een inkomen hebben dat lager ligt dat de categoriebedragen leefloon, verhoogd met 10%, hebben eenmaal in hun leven recht op een installatiepremie indien zij hun hoedanigheid van dakloze verliezen door een woonst te betrekken die hen als hoofdverblijfplaats dient.

  3. Welke zijn de verschillende installatiepremies voor daklozen?

    Naargelang de administratieve toestand waarin de dakloze zich bevindt, bestaan er drie verschillende bepalingen, met name de bepaling voor:

    • de begunstigden van het leefloon: artikel 14, §3, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, dat stelt dat de begunstigde van het leefloon die zijn hoedanigheid van dakloze verliest door een woonst te betrekken die hem als hoofdverblijf dient, eenmaal in zijn leven recht heeft op een installatiepremie;
    • degenen die niet genieten een leefloon: artikel 57bis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het koninklijk besluit van 21 september 2004 tot toekenning van een installatiepremie door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan bepaalde personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen;
    • asielzoekers: artikel 5 van het ministerieel besluit van 30 januari 1995 tot regeling van de terugbetaling door de Staat van de kosten van de dienstverlening door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toegekend aan een behoeftige die de Belgische nationaliteit niet bezit en die niet in het bevolkingsregister is ingeschreven.
  4. Wat betekent in de definitie van dakloze: "de dakloze heeft geen verblijfplaats of verblijft tijdelijk in een tehuis"?

    Deze zinsnede betreft twee afzonderlijke situaties:

    1. De personen die op straat slapen of in openbare gebouwen die geen woning zijn (stations e.d.) en de personen die voorlopig door een particulier worden opgevangen om ze tijdelijk en kortstondig te helpen in afwachting dat ze over een woning beschikken, hebben geen verblijfplaats in de zin van voormelde definitie van dakloze.
    2. Onder tehuis in de zin van voormelde definitie wordt verstaan, iedere inrichting of instelling waar noodlijdende personen worden opgevangen door hun tijdelijk onderdak en begeleiding aan te bieden.
md xs sm lg