Veelgestelde vragen

  1. Een student die langer dan een maand in het buitenland verblijft, kan hij het leefloon behouden?

    De student die langer dan een maand in het buitenland verblijft, behoudt het leefloon, indien:

    • Behoud van de gewoonlijke verblijfplaats in België
    • Inschrijving in een onderwijsinstelling voor Hoger Onderwijs in België
    • Het verblijf in het buiteland deel uitmaakt van het programma van de opleiding of daarmee onlosmakelijk verbonden is

    Voorbeelden: het volgen van een stage, uitwisseling binnen Erasmus, Erasmus Mundus, VLIR-CUD, CIUF-CUD, enz.

  2. Wat is een afvoering van ambtswege?

    Als er wordt vastgesteld dat een persoon niet meer verblijft op het opgegeven adres en de gemeente in de onmogelijkheid blijkt om de nieuwe hoofdverblijfplaats van de betrokkene op te sporen, gelast het College van Burgemeester en Schepenen de afvoering van ambtswege uit de registers. Als bij onderzoek blijkt dat de betrokken persoon zich in het buitenland gevestigd heeft, voert het College van Burgemeester en Schepenen de betrokkene eveneens van ambtswege af. De vermelding van de afvoering van ambtswege kan gevonden worden in de IT001.

    Verwar de afvoering van ambtswege niet met andere vormen van afvoering, zoals de “afvoering – verlies van verblijfsrecht”. De afvoering met verlies van verblijfsrecht gebeurt als gevolg van een verlies van het recht op verblijf.

  3. Hoe gebeurt de berekening van de periodes van verblijf in het buitenland indien betrokkene verhuist?

    De berekening van de verschillende periodes van verblijf in het buitenland gebeurt per kalenderjaar. Dit betekent dat de berekening doorloopt indien betrokkene in de loop van een jaar verhuist.

    Het OCMW van de nieuwe woonplaats kan dan ook contact opnemen met het daarvoor bevoegde OCMW om na te gaan gedurende welke periodes betrokkene dat jaar al in het buitenland verbleven heeft indien het OCMW twijfelt aan de verklaringen van de betrokkene of indien de betrokkene niet meer precies kan antwoorden op de vraag. 

  4. Hoe gebeurt de schorsing van de uitbetaling van het leefloon nadat betrokkene het totaal van 4 weken per kalenderjaar bereikt heeft?

    Van zodra betrokkene de maximumgrens van 4 weken verblijf in het buitenland bereikt heeft, wordt elke nieuwe periode van verblijf in het buitenland niet meer per kalenderweek, maar per dag berekend.

    Vanaf elke dag dat de geoorloofde periode wordt overschreden, wordt de uitbetaling van het leefloon geschorst.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in september 5 dagen in het buitenland = schorsing leefloon 5 dagen.

    De uitbetaling van het leefloon wordt gedurende deze 5 dagen geschorst omdat het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland is overschreden.

  5. Hoe worden de verschillende periodes van verblijf in het buitenland in aanmerking genomen?

    Er wordt enkel rekening gehouden met de periodes gedurende de welke betrokkene minstens 7 aaneensluitende dagen in het buitenland verbleven heeft.

    Deze periodes worden omgerekend naar kalenderweken.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    Na dit laatste verblijf heeft betrokkene het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland per kalenderjaar bereikt.

     

  6. Hoe worden de verschillende periodes van verblijf in het buitenland in aanmerking genomen?

    Er wordt enkel rekening gehouden met de periodes gedurende de welke betrokkene minstens 7 aaneensluitende dagen in het buitenland verbleven heeft.

    Deze periodes worden omgerekend naar kalenderweken.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    Na dit laatste verblijf heeft betrokkene het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland per kalenderjaar bereikt.

     

md xs sm lg