Veelgestelde vragen

  1. Welke wijzigingen in de werkloosheidsreglementering hebben geleid tot de compensatie dat betoelaagd wordt in 2014?

    Van de 6 maatregelen inzake wijziging van de arbeidsreglementering hebben enkel het invoeren van de “DISPO-jongeren” (waarbij er een mogelijke uitsluiting in het kader van de specifieke activeringsprocedure van het zoekgedrag voor rechthebbende op inschakelingsuitkeringen is) en de verlenging van de beroepsinschakelingstijd met 3 maanden een mogelijke impact op de periode 2012-2014.

    Voor de overige 4 maatregelen is er pas vanaf 2015 een mogelijk impact voor de OCMW’s.

  2. Hoe werd het bedrag van 49,12 € berekend?

    In overleg met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening werd per type maatregel een raming opgesteld van het aantal personen dat mogelijks zal beroep doen op een OCMW-steun. Op basis van deze aantallen werd een budgettaire raming gemaakt voor de jaren 2012 t.e.m. 2014. Het deel van de steun ten laste van de Belgische OCMW’s werd daarbij geraamd op 8.137.485 €.

    Tevens werd per OCMW nagegaan wat het totaal aantal RMI-begunstigden was met betrekking tot 2012 (cijfer op website POD MI dd. 10/06/2013). De som van alle begunstigden per OCMW was hierbij 165.663.

    49,12 € = 8.137.485 € / 165.663 begunstigden.

  3. Hoe kan men weten of de begunstigde automatisch wordt hernomen?

    Op termijn zal elk OCMW het statuut van zijn uitkeringsgerechtigden betreffende de toekenning van het sociaal tarief kunnen raadplegen. Dit wordt mogelijk dankzij een elektronische consultatiestroom, een project momenteel in onderzoeksfase bij de FOD Economie, de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de POD Maatschappelijke Integratie en FEDICT.

     

    Voorlopig bestaan er verschillende mogelijkheden om het statuut van de personen in kwestie te controleren. De Federale Overheidsdienst Economie heeft een website gemaakt waarop de mensen zelf kunnen nagaan of zij het sociaal tarief genieten: www.sociaaltarief.economie.fgov.be.

     

    Aangezien het hier gaat om persoonsgegevens is de toegang tot deze website beveiligd. Deze gegevens kunnen worden geraadpleegd door middel van de elektronische identiteitskaart en de PIN-code, het burger-token verkregen via de federale portaalsite (http://www.belgium.be) of een persoonlijk profiel aangemaakt op de federale portaalsite. Eventueel kan het OCMW de persoon in kwestie helpen zijn statuut aan de hand van een van deze identificatiewijzen te raadplegen.

  4. Worden alle potentiële begunstigden in de databases hernomen?

    Nee. Het attest papier blijft nuttig:

    • om de groep van rechthebbenden waarvan de contracten gas en/of elektriciteit niet automatisch werden teruggevonden in de databanken van de energieleveranciers;
    • om personen die in het systeem van de maatschappelijke dienstverlening een voorschot krijgen op hetzij het gewaarborgde inkomen voor bejaarden, hetzij een tegemoetkoming voor gehandicapten, hetzij een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.
  5. Vanaf wanneer is het tarief open?

    Het sociaal tarief wordt dan geopend vanaf de eerste dag van trimester (X-1). Het zal eindigen op 31 december van het jaar van trimester (X-1). Bijvoorbeeld: een persoon ontvangt een leefloon van een OCMW vanaf 1 maart 2011. Deze situatie zal in de loop van april 2011 worden bekendgemaakt aan zijn energieleverancier, welke laatste het sociaal tarief zal toekennen vanaf 1 januari 2011, en dit tot 31 december 2011, ongeacht het feit of de uitkering van het leefloon voor 31 december 2011 wordt stopgezet.

  6. Wat zijn de vereiste stappen om van het sociale tarief te kunnen genieten?

    Sinds 2010 moeten de categorieën van begunstigden geen stappen meer ondernemen. Deze toekenning is geautomatiseerd door de Federale Overheidsdienst Economie. Via de kruising van databanken met gegevens over mogelijke rechthebbenden en gegevens aanwezig bij de energieleveranciers gebeurt deze toekenning aldus automatisch. In principe zou het afleveren van een attest dan ook niet meer nodig zijn.

md xs sm lg