Veelgestelde vragen

  1. Wat betekent de afvoering van ambtswege voor de betrokken vreemdeling?

    Door de afvoering van ambtswege wordt er vermoed dat de betrokken vreemdeling zich niet meer bevindt op het Belgische grondgebied. Het komt toe aan de Dienst Vreemdelingenzaken om te beoordelen of de persoon nog over een verblijfsrecht beschikt of niet. De betrokken vreemdeling dient zich zo spoedig mogelijk naar de gemeente te begeven om zijn situatie opnieuw in orde brengen.

    Indien de betrokken vreemdeling kan bewijzen dat hij het Belgische grondgebied nooit heeft verlaten, kan hij het vermoeden dat hij het Belgisch grondgebied heeft verlaten, weerleggen. Hij kan dit bewijzen door alle middelen van recht. Uiteraard hebben officiële documenten een grotere bewijskracht. De betrokken vreemdeling dient de gemeente te melden dat hij het vermoeden van het verlaten van het Belgische grondgebied wenst te weerleggen.

    De vreemdeling die van ambtswege is afgevoerd beschikt over een bepaalde termijn om zijn recht van terugkeer in te roepen. Er dient geen enkel bewijs hiervoor te worden aangedragen buiten een geldige verblijfstitel. De betrokken vreemdeling moet altijd over een geldige verblijfstitel beschikken en dient aan de gemeente te melden dat zij een beroep doet op het recht op terugkeer. Indien het recht op terugkeer niet kan worden toegepast, kan de betrokkene proberen het vermoeden van afwezigheid van het grondgebied te weerleggen.

    De Dienst Vreemdelingenzaken zal in beide gevallen de situatie beoordelen en zich uitspreken over het verblijfsrecht van de betrokken vreemdeling. Deze beslissing zal aan de gemeente worden gecommuniceerd. Als het OCMW vast stelt dat er zich bepaalde problemen voordoet betreffende de aanvraag bij de gemeente, kan deze contact opnemen met de Dienst Vreemdelingenzaken op het volgende adres: jacques.goriya@ibz.fgov.be of op het volgende telefoonnummer: 02/793.86.95.

  2. Wat is een afvoering van ambtswege?

    Als er wordt vastgesteld dat een persoon niet meer verblijft op het opgegeven adres en de gemeente in de onmogelijkheid blijkt om de nieuwe hoofdverblijfplaats van de betrokkene op te sporen, gelast het College van Burgemeester en Schepenen de afvoering van ambtswege uit de registers. Als bij onderzoek blijkt dat de betrokken persoon zich in het buitenland gevestigd heeft, voert het College van Burgemeester en Schepenen de betrokkene eveneens van ambtswege af. De vermelding van de afvoering van ambtswege kan gevonden worden in de IT001.

    Verwar de afvoering van ambtswege niet met andere vormen van afvoering, zoals de “afvoering – verlies van verblijfsrecht”. De afvoering met verlies van verblijfsrecht gebeurt als gevolg van een verlies van het recht op verblijf.

  3. Kan een persoon aan wie een open terugkeerplaats in een opvangcentrum werd toegewezen (IT 207 in het wachtregister) maar er niet verblijft, een beroep doen op dringende medische hulp via een OCMW?

    Ja. Fedasil blijkt de toekenning van een open terugkeerplaats nooit te schrappen in het wachtregister (IT 207). Indien de persoon dus niet verblijft in het opvangcentrum, dan kan het OCMW de dringende medische hulp toekennen en zal deze ook binnen de gebruikelijke grenzen door de Staat ten laste worden genomen.

  4. Wat zijn de huidige bedragen van het leefloon?

    De basisbedragen van het leefloon worden aangepast vanaf 1 maart 2020. Voor samenwonenden (categorie 1) stijgt het leefloon naar 639,27 euro per maand, voor alleenstaanden (categorie 2) naar 958,91 euro. Samenwonenden met minstens één kind ten laste krijgen een uitkering van 1.295,91 euro per maand.

  5. Hoe gebeurt de berekening van de periodes van verblijf in het buitenland indien betrokkene verhuist?

    De berekening van de verschillende periodes van verblijf in het buitenland gebeurt per kalenderjaar. Dit betekent dat de berekening doorloopt indien betrokkene in de loop van een jaar verhuist.

    Het OCMW van de nieuwe woonplaats kan dan ook contact opnemen met het daarvoor bevoegde OCMW om na te gaan gedurende welke periodes betrokkene dat jaar al in het buitenland verbleven heeft indien het OCMW twijfelt aan de verklaringen van de betrokkene of indien de betrokkene niet meer precies kan antwoorden op de vraag. 

  6. Hoe gebeurt de schorsing van de uitbetaling van het leefloon nadat betrokkene het totaal van 4 weken per kalenderjaar bereikt heeft?

    Van zodra betrokkene de maximumgrens van 4 weken verblijf in het buitenland bereikt heeft, wordt elke nieuwe periode van verblijf in het buitenland niet meer per kalenderweek, maar per dag berekend.

    Vanaf elke dag dat de geoorloofde periode wordt overschreden, wordt de uitbetaling van het leefloon geschorst.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in september 5 dagen in het buitenland = schorsing leefloon 5 dagen.

    De uitbetaling van het leefloon wordt gedurende deze 5 dagen geschorst omdat het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland is overschreden.

  7. Hoe worden de verschillende periodes van verblijf in het buitenland in aanmerking genomen?

    Er wordt enkel rekening gehouden met de periodes gedurende de welke betrokkene minstens 7 aaneensluitende dagen in het buitenland verbleven heeft.

    Deze periodes worden omgerekend naar kalenderweken.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    Na dit laatste verblijf heeft betrokkene het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland per kalenderjaar bereikt.

     

  8. Hoe worden de verschillende periodes van verblijf in het buitenland in aanmerking genomen?

    Er wordt enkel rekening gehouden met de periodes gedurende de welke betrokkene minstens 7 aaneensluitende dagen in het buitenland verbleven heeft.

    Deze periodes worden omgerekend naar kalenderweken.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    Na dit laatste verblijf heeft betrokkene het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland per kalenderjaar bereikt.

     

md xs sm lg