Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1784/1999

Publicatieblad Nr. L 210 van 31/07/2006 blz. 0012 - 0018


Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad

van 5 juli 2006

betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1784/1999

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 148,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [1],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [2],

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [3],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds [4] wordt het actiekader voor de structuurfondsen en het Cohesiefonds vastgelegd en worden, in het bijzonder, de doelstellingen, de beginselen en de voorschriften betreffende partnerschap, programmering, evaluatie en beheer vastgesteld. Bijgevolg moet de opdracht van het Europees Sociaal Fonds (hierna "het ESF" genoemd) worden vastgesteld, uitgaande van de in artikel 146 van het Verdrag omschreven taken en in de context van de werkzaamheden van de lidstaten en de Gemeenschap met betrekking tot de ontwikkeling van een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid als bedoeld in artikel 125 van het Verdrag.

(2) Er dienen specifieke bepalingen te worden vastgesteld met betrekking tot het soort activiteiten dat door het ESF kan worden gefinancierd in het kader van de doelstellingen die zijn omschreven in Verordening (EG) nr. 1083/2006.

(3) Het ESF versterkt de economische en sociale samenhang door verbetering van de werkgelegenheidskansen in het kader van de bij artikel 146 van het Verdrag aan het ESF toevertrouwde taken en van de bij artikel 159 van het Verdrag aan de structuurfondsen toevertrouwde taken, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1083/2006.

(4) Deze benadering krijgt meer betekenis in het licht van de uitdagingen die voortvloeien uit de uitbreiding van de Unie en de economische globalisering. In dit verband moet het belang van het Europese sociale model en de modernisering ervan worden erkend.

(5) Overeenkomstig de artikelen 99 en 128 van het Verdrag en met het oog op de heroriëntering van de Lissabon-strategie inzake groei en werkgelegenheid heeft de Raad een geïntegreerd pakket van globale richtsnoeren voor het economische beleid en werkgelegenheidsrichtsnoeren goedgekeurd; in de laatstgenoemde richtsnoeren worden doelstellingen, prioriteiten en streefniveaus vastgesteld. De Europese Raad van Brussel van 22 en 23 maart 2005 heeft in dit verband opgeroepen tot het inzetten van alle passende nationale en communautaire middelen — inclusief het cohesiebeleid.

(6) Er zijn nieuwe ervaringen opgedaan met het communautair initiatiefprogramma EQUAL, met name wat betreft de combinatie van lokale, regionale, nationale en Europese acties. Deze moeten in de ESF-steun worden geïntegreerd. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de participatie van doelgroepen, de integratie van migranten, inclusief asielzoekers, de vaststelling van beleidskwesties en vervolgens de mainstreaming hiervan, innovatie en experimenteertechnieken, de methodiek van transnationale samenwerking, het erbij betrekken van groepen met een achterstandspositie op de arbeidsmarkt, en de aanpak van de gevolgen van sociale kwesties op de interne markt, toegang tot en beheer van projecten van NGO's.

(7) Het ESF zal de beleidsmaatregelen van de lidstaten die nauw aansluiten bij de richtsnoeren en aanbevelingen in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie en de doelstellingen van de Gemeenschap met betrekking tot sociale integratie, non-discriminatie, bevordering van de gelijkheid, onderwijs en opleiding, dienen te steunen om een betere bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van de tijdens de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 en die van Göteborg van 15 en 16 juni 2001 overeengekomen doelstellingen en streefniveaus.

(8) Het ESF moet ook de relevante dimensies en gevolgen van de wijzigingen in de demografische opbouw van de beroepsbevolking van de Gemeenschap aanpakken, in het bijzonder door middel van permanente beroepsopleiding.

(9) Met het oog op een betere anticipatie op veranderingen en een beter beheer ervan, de bevordering van de economische groei, de werkgelegenheidskansen voor vrouwen en mannen en de kwaliteit van en de productiviteit op het werk, in het kader van de doelstellingen "regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid" en "convergentie", moet de steun uit het ESF in het bijzonder worden geconcentreerd op vergroting van het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven, versterking van het menselijk kapitaal en de toegang tot en de participatie op de arbeidsmarkt, verbetering van de sociale integratie van kansarmen en bestrijding van discriminatie, aanmoediging van de herintreding op de arbeidsmarkt van economisch inactieven en bevordering van partnerschappen voor hervorming.

(10) Naast deze prioriteiten is het in het kader van de convergentiedoelstelling en in het licht van een toenemende economische groei, de werkgelegenheidskansen voor vrouwen en mannen en de kwaliteit van en de productiviteit op het werk, noodzakelijk in de minst ontwikkelde regio's en lidstaten de investeringen in menselijk kapitaal uit te breiden en te verbeteren en de institutionele, bestuurlijke en gerechtelijke capaciteit te versterken, in het bijzonder om hervormingen voor te bereiden en uit te voeren en om het acquis te handhaven.

(11) Binnen deze prioriteiten is een flexibele selectie van ESF-activiteiten nodig om de specifieke uitdagingen in elke lidstaat aan te gaan en de door het ESF gefinancierde prioritaire acties moeten een zekere mate van flexibiliteit bieden om op deze uitdagingen te reageren.

(12) De bevordering van innovatieve transnationale en interregionale acties is een belangrijk aspect dat in de werkingssfeer van het ESF moet worden geïntegreerd. Om de samenwerking te bevorderen is het wenselijk dat de lidstaten, bij de programmering van transnationale en interregionale acties een horizontale aanpak hanteren of er een specifiek prioritair zwaartepunt van maken.

(13) Er moet op worden toegezien dat de actie van het ESF consistent is met de beleidsmaatregelen in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie en dat de steun uit het ESF wordt geconcentreerd op de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en -aanbevelingen ter zake van die strategie.

(14) Een efficiënte en doeltreffende uitvoering van de door het ESF gesteunde actie berust op goed bestuur en partnerschap tussen alle betrokken territoriale en sociaal-economische actoren en in het bijzonder de sociale partners en andere belanghebbenden, waaronder die op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau. De sociale partners hebben een sleutelrol in het brede partnerschap voor verandering en hun inzet voor de versterking van de economische en sociale samenhang door de verbetering van de werkgelegenheids- en arbeidskansen is van essentieel belang. Wanneer de werkgevers en werknemers collectief bijdragen aan de financiering van een ESF-actie, wordt deze financiële bijdrage, hoewel het om een private uitgave gaat, meegenomen in de berekening van de medefinanciering door het ESF.

(15) Het ESF steunt acties die in overeenstemming zijn met de in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie vastgestelde richtsnoeren en aanbevelingen. Wijzigingen van de richtsnoeren en aanbevelingen leiden alleen tot herziening van een operationeel programma wanneer een lidstaat of de Commissie, in overleg met een lidstaat, oordeelt dat het operationele programma ingrijpende sociaal-economische veranderingen moet weerspiegelen, of belangrijke verschuivingen van de communautaire, nationale of regionale prioriteiten meer of op een ander wijze recht moet doen. Tevens kunnen programma's worden gewijzigd in het licht van de evaluaties of bij gebleken uitvoeringsmoeilijkheden.

(16) De lidstaten en de Commissie moeten erop toezien dat de uitvoering van de prioriteiten die het ESF in het kader van de doelstellingen "convergentie" en "regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid" financiert, bijdraagt tot de bevordering van de gelijkheid en tot de opheffing van ongelijkheden tussen vrouwen en mannen; "gendermainstreaming" zou moeten worden gecombineerd met specifieke maatregelen om de duurzame arbeidsparticipatie van vrouwen en de vooruitgang op dat gebied te verbeteren.

(17) Het ESF moet tevens technische bijstand verlenen, waarbij bijzondere aandacht moet gaan naar de stimulering van wederzijds leren door uitwisseling van ervaringen en door overdracht van goede praktijken, en waarbij de nadruk moet worden gelegd op de bijdrage van het ESF aan de beleidsdoelstellingen en -prioriteiten van de Gemeenschap ten aanzien van werkgelegenheid en sociale integratie.

(18) In Verordening (EG) nr. 1083/2006 is bepaald dat de subsidiabiliteit van de uitgaven op nationaal niveau moet worden vastgesteld, met bepaalde uitzonderingen, waarvoor specifieke bepalingen moeten worden vastgesteld. De uitzonderingen met betrekking tot het ESF dienen derhalve te worden vastgesteld.

(19) Duidelijkheidshalve dient Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds [5] te worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

1. Bij deze verordening worden de taken van het Europees Sociaal Fonds (hierna "het ESF" genoemd), de reikwijdte van de bijstandsverlening uit het ESF, specifieke bepalingen alsmede de soorten uitgaven die voor bijstand in aanmerking komen, vastgesteld.

2. Voor het ESF gelden Verordening (EG) nr. 1083/2006 en deze verordening.

Artikel 2

Taken

1. Het ESF draagt bij aan de prioriteiten van de Gemeenschap wat betreft de versterking van de economische en sociale samenhang door verbetering van de werkgelegenheids- en arbeidskansen, en door bevordering van een hoog werkgelegenheidsniveau en meer en betere banen. Dit wordt bereikt door ondersteuning van de beleidsmaatregelen van de lidstaten die gericht zijn op totstandbrenging van volledige werkgelegenheid en kwaliteit van en productiviteit op het werk, op bevordering van de sociale integratie, met inbegrip van de toegang van kansarmen tot werk, en de terugdringing van nationale, regionale en lokale verschillen in werkgelegenheid.

In het bijzonder steunt het ESF acties die in overeenstemming zijn met maatregelen van de lidstaten, op basis van de in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie vastgestelde richtsnoeren, zoals deze zijn opgenomen in de geïntegreerde richtsnoeren voor groei en werkgelegenheid en de bijbehorende aanbevelingen.

2. Bij het vervullen van de in lid 1 bedoelde taken steunt het ESF de prioriteiten van de Gemeenschap met betrekking tot de noodzaak de sociale samenhang te vergroten, de productiviteit en het concurrentievermogen te versterken en economische groei en duurzame ontwikkeling te bevorderen. Daarbij houdt het ESF rekening met de relevante prioriteiten en doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van onderwijs en opleiding, verhoging van de arbeidsparticipatie van economisch inactieven, bestrijding van sociale uitsluiting, in het bijzonder van achtergestelde bevolkingsgroepen zoals mensen met een handicap, bevordering van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen en non-discriminatie.

Artikel 3

Reikwijdte van de bijstandsverlening

1. In het kader van de doelstellingen "convergentie" en "regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid" steunt het ESF acties in de lidstaten met betrekking tot de hierna opgesomde prioriteiten:

a) verbetering van het aanpassingsvermogen van werknemers, bedrijven en ondernemers, om het anticiperen op en het positieve management van economische veranderingen te verbeteren, in het bijzonder door de bevordering van:

i) levenslang leren en meer investeringen in menselijk kapitaal door bedrijven — vooral het midden- en kleinbedrijf — en werknemers, door de ontwikkeling en uitvoering van systemen en strategieën, onder meer door middel van leercontracten waardoor opleidingen beter toegankelijk worden voor met name laaggeschoolde en oudere werknemers, door de ontwikkeling van kwalificaties en bekwaamheden, door de verspreiding van ICT, e-leren, milieuvriendelijke technologieën en managementvaardigheden, en door de stimulering van ondernemingsgeest en innovatie en startend ondernemerschap;

ii) de ontwikkeling en verspreiding van innovatieve en productievere vormen van arbeidsorganisatie, waaronder verbetering van gezondheid en veiligheid op het werk, de identificatie van toekomstige beroeps- en vaardigheidsvereisten, en de ontwikkeling van specifieke arbeidsbemiddelings-, opleidings- en ondersteunende diensten, waaronder outplacement, voor werknemers die geconfronteerd worden met de herstructurering van bedrijf of sector;

b) vergemakkelijking van de toegang tot het arbeidsproces en duurzame integratie op de arbeidsmarkt voor werkzoekenden en inactieven, voorkoming van werkloosheid, met name langdurige en jeugdwerkloosheid, aanmoediging van actief ouder worden, verlenging van het actieve leven en vergroting van de arbeidsparticipatie, in het bijzonder door de bevordering van:

i) de modernisering en versterking van de arbeidsmarktinstellingen, vooral de arbeidsvoorziening en andere relevante initiatieven in het kader van de strategieën van de Europese Unie en van de lidstaten voor volledige werkgelegenheid;

ii) de uitvoering van actieve en preventieve maatregelen waardoor behoeften vroegtijdig worden gesignaleerd en individuele actieplannen en steun op maat wordt verleend, zoals opleiding op maat, zoeken naar werk, outplacement en mobiliteit, arbeid als zelfstandige en oprichting van bedrijven, met inbegrip van coöperatieve ondernemingen, maatregelen ter stimulering van participatie op de arbeidsmarkt, flexibele regelingen om oudere werknemers langer aan het werk te houden en maatregelen om te helpen werk en privéleven beter te combineren, zoals betere toegang tot kinderopvang en zorgvoorzieningen voor afhankelijke personen;

iii) mainstreaming en specifieke maatregelen om de toegang tot de arbeidsmarkt te verbeteren en de duurzame arbeidsparticipatie van vrouwen en de vooruitgang op dat gebied te vergroten, om gendersegregatie op de arbeidsmarkt te verminderen, waaronder begrepen het aanpakken van de directe en indirecte diepere oorzaken van de loonverschillen tussen mannen en vrouwen;

iv) specifieke maatregelen om de arbeidsparticipatie van migranten te vergroten en daardoor hun sociale integratie te versterken, de geografische en beroepsmobiliteit van werknemers en grensoverschrijdende integratie van arbeidsmarkten te vergemakkelijken, waaronder begrepen begeleiding, taalonderwijs en erkenning van competenties en verworven vaardigheden;

c) versterken van de sociale integratie van kansarmen met het oog op hun duurzame integratie in het arbeidsproces en bestrijding van alle vormen van discriminatie op de arbeidsmarkt, in het bijzonder door de bevordering van:

i) trajecten voor integratie en herintreding in het arbeidsproces van kansarmen, zoals sociaal uitgeslotenen, vroegtijdige schoolverlaters, minderheden, mensen met een handicap en mantelzorgers, via inzetbaarheidsmaatregelen onder meer op het gebied van de sociale economie, toegang tot beroepsonderwijs en -opleiding, en begeleidende maatregelen en aangepaste ondersteuning en maatschappelijke en zorgvoorzieningen die de werkgelegenheidskansen vergroten;

ii) aanvaarding van de diversiteit op de werkplek en bestrijding van discriminatie bij het betreden van en het doorstromen op de arbeidsmarkt, onder meer via bewustmaking, participatie van plaatselijke gemeenschappen en bedrijven en bevordering van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven;

d) vergroting van menselijk kapitaal, in het bijzonder door de bevordering van:

i) de voorbereiding en invoering van hervormingen in onderwijs- en opleidingssystemen teneinde de inzetbaarheid te ontwikkelen, de arbeidsmarktrelevantie van initieel onderwijs en beroepsonderwijs alsook initiële opleiding en beroepsopleiding te verbeteren, en de vaardigheden van opleiders voortdurend bij te scholen met het oog op innovatie en een kenniseconomie;

ii) netwerkactiviteiten tussen instellingen voor hoger onderwijs, onderzoek- en technologiecentra en bedrijven;

e) bevordering van partnerschappen, pacten en initiatieven via netwerkvorming van de betrokken belanghebbenden, zoals sociale partners en NGO's op transnationaal, nationaal, regionaal en plaatselijk niveau teneinde hervormingen te stimuleren op het gebied van werkgelegenheid en integratie op de arbeidsmarkt.

2. In het kader van de convergentiedoelstelling steunt het ESF acties in de lidstaten met betrekking tot de hierna opgesomde prioriteiten:

a) uitbreiding en verbetering van investeringen in menselijk kapitaal, in het bijzonder door de bevordering van:

i) de uitvoering van hervormingen in onderwijs- en opleidingssystemen, vooral met de bedoeling de respons op te wekken van mensen op de behoeften van een kennismaatschappij en levenslang leren;

ii) een grotere deelname aan onderwijs en opleiding in elke levensfase, onder meer via maatregelen om vroegtijdig schoolverlaten terug te dringen, de seksedesegregatie van vakgebieden en de toegang tot en de kwaliteit van initieel onderwijs, beroepsonderwijs en tertiair onderwijs en initiële opleiding, beroepsopleiding en tertiaire opleiding te vergemakkelijken;

iii) de ontwikkeling van menselijk potentieel op het gebied van onderzoek en innovatie, met name via onderwijs en opleiding op postuniversitair niveau voor onderzoekers;

b) versterking van de institutionele capaciteit en de doeltreffendheid van overheidsadministraties en -diensten op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau en, in voorkomend geval, de sociale partners en de niet-gouvernementele organisaties met het oog op betere regelgeving, hervormingen en goed bestuur, vooral op het gebied van economie, werkgelegenheid, onderwijs, sociale zaken, milieu en justitieel gebied, in het bijzonder door de bevordering van:

i) mechanismen ter verbetering van een goede concipiëring, monitoring en evaluatie van beleid en programma's, onder meer via studies, statistieken en deskundige advisering, ondersteuning van de coördinatie tussen de diensten en dialoog tussen de betrokken publieke en particuliere instanties;

ii) capaciteitsopbouw voor de uitvoering van beleidsmaatregelen en programma's op de betrokken gebieden, onder meer met het oog op de handhaving van de wetgeving, vooral via permanente opleiding van management en personeel en via specifieke steun aan essentiële diensten, inspectiediensten en sociaal-economische actoren, waaronder de sociale en milieupartners, de betrokken niet-gouvernementele organisaties en de vertegenwoordigende beroepsorganisaties.

3. In het kader van de in de leden 1 en 2 vermelde prioriteiten kunnen de lidstaten zich richten op die prioriteiten die het meest geschikt zijn om de specifieke uitdagingen waarmee zij geconfronteerd worden, het hoofd te bieden.

4. Het ESF kan de in artikel 3, lid 2, van deze verordening genoemde maatregelen steunen op het gehele grondgebied van de lidstaten die op grond van artikel 5, lid 2, en artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 in aanmerking komen voor steun respectievelijk overgangssteun uit het Cohesiefonds.

5. Bij de uitvoering van de in de leden 1 en 2 genoemde doelstellingen en prioriteiten steunt het ESF de bevordering en mainstreaming van innovatieve activiteiten in de lidstaten.

6. Het ESF steunt tevens transnationale en interregionale acties, in het bijzonder via de onderlinge uitwisseling van informatie, ervaringen, resultaten en goede praktijkvoorbeelden en via de ontwikkeling van complementaire benaderingen en gecoördineerde of gezamenlijke acties.

7. In afwijking van artikel 34, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 kan de financiering van maatregelen in het kader van de in lid 1, onder c), i), van dit artikel genoemde prioriteit van sociale integratie binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling [6] verhoogd worden tot 15 % van de betrokken prioriteit.

Artikel 4

Consistentie en concentratie van de steun

1. De lidstaten zien erop toe dat de door het ESF gesteunde maatregelen stroken met de op grond van de Europese werkgelegenheidsstrategie ondernomen maatregelen en daartoe bijdragen. In het bijzonder zien zij erop toe dat de in het Nationaal Strategisch Referentiekader vastgestelde strategie en de acties die zijn vervat in de operationele programma's de doelstellingen, prioriteiten en streefniveaus van de strategie in elke lidstaat stimuleren in het kader van de nationale hervormingsprogramma's en actieplannen voor sociale integratie.

Daar waar het ESF kan bijdragen aan de beleidsinitiatieven concentreren de lidstaten de steun ook op de uitvoering van de op grond van artikel 128, lid 4, van het Verdrag geformuleerde toepasselijke aanbevelingen inzake werkgelegenheid en van de relevante werkgelegenheidsgerelateerde doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van sociale integratie, onderwijs en opleiding. De lidstaten handelen in een stabiel programmeringsklimaat.

2. Binnen de operationele programma's worden de middelen besteed voor de belangrijkste behoeften en geconcentreerd op de beleidsgebieden waar steun uit het ESF een wezenlijk effect kan sorteren om de doelstellingen van het programma te bereiken. Met het oog op zo doeltreffend mogelijke steun van het ESF houden de operationele programma's in voorkomend geval met name rekening met de regio's en plaatsen die te kampen hebben met de ernstigste problemen, zoals achtergestelde stadsgebieden en ultraperifere gebieden, in verval rakende plattelandsgebieden en gebieden die van de visserij leven en regio's die in het bijzonder worden getroffen door het vertrek van ondernemingen.

3. In voorkomend geval wordt in de nationale verslagen van de lidstaten in het kader van de open coördinatiemethode met betrekking tot sociale bescherming en sociale insluiting een kort onderdeel over de bijdrage van het ESF aan de bevordering van de relevante arbeidsmarktaspecten van sociale integratie opgenomen.

4. De indicatoren die worden opgenomen in de door het ESF medegefinancierde operationele programma's, zijn strategisch van aard, in aantal beperkt en zijn een afspiegeling van die welke worden gebruikt bij de uitvoering van de Europese werkgelegenheidsstrategie en in de context van de relevante doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van sociale integratie en van onderwijs en opleiding.

5. De evaluaties met betrekking tot de maatregelen van het ESF betreffen ook de bijdrage van de door het ESF gesteunde maatregelen tot de uitvoering van de richtsnoeren en aanbevelingen van de Europese werkgelegenheidsstrategie en tot de doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van sociale integratie, bestrijding van discriminatie, gelijkheid tussen mannen en vrouwen en van onderwijs en opleiding in de betrokken lidstaat.

Artikel 5

Goed bestuur en partnerschap

1. Het ESF stimuleert goed bestuur en partnerschap. De ESF-steun wordt op het passende territoriale niveau gepland en uitgevoerd, met inachtneming van het nationale, het regionale en het plaatselijke niveau, overeenkomstig de voor elke lidstaat specifieke institutionele regelingen.

2. De lidstaten zien toe op de betrokkenheid van de sociale partners en op adequate raadpleging en participatie van andere belanghebbenden, op het passende territoriale niveau, bij de voorbereiding, uitvoering en monitoring van de ESF-steun.

3. De beheersautoriteit van elk operationeel programma stimuleert een adequate participatie van de sociale partners in de op grond van artikel 3 gefinancierde activiteiten.

In het kader van de convergentiedoelstelling wordt een passend bedrag van de middelen van het ESF uitgetrokken voor capaciteitsopbouw, waaronder trainingsprojecten, netwerkvorming, intensivering van de sociale dialoog en voor activiteiten die door de sociale partners gezamenlijk worden ondernomen, in het bijzonder met betrekking tot de verbetering van het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a).

4. De beheersautoriteit van elk operationeel programma stimuleert een adequate participatie van de niet-gouvernementele organisaties in de gefinancierde activiteiten alsmede hun toegang tot die activiteiten, met name op het gebied van sociale integratie, gelijkheid van vrouwen en mannen en gelijke kansen.

Artikel 6

Gelijkheid van vrouwen en mannen en gelijke kansen

De lidstaten zien erop toe dat de operationele programma's een beschrijving bevatten van de manier waarop de gelijkheid van vrouwen en mannen en gelijke kansen worden gestimuleerd bij de voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie van operationele programma's. De lidstaten stimuleren waar nodig een evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan het beheer en de uitvoering van de operationele programma's op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau.

Artikel 7

Innovatie

In het kader van elk operationeel programma wordt bijzondere aandacht besteed aan de bevordering en de integratie van innovatieve activiteiten. De beheersautoriteit kiest de thema's voor de innovatiefinanciering in het kader van een partnerschap en stelt de passende uitvoeringsbepalingen vast. Zij deelt het in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bedoelde toezichtscomité mee welke onderwerpen zijn gekozen.

Artikel 8

Transnationale en interregionale acties

1. Wanneer de lidstaten maatregelen ten behoeve van transnationale en/of interregionale acties als bedoeld in artikel 3, lid 6, van deze verordening als een specifieke prioriteit binnen een operationeel programma ondersteunen, kan de bijdrage van het ESF op het niveau van de prioriteit met 10 % worden verhoogd . Deze verhoging wordt niet meegenomen in de berekening van de in artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 genoemde maxima.

2. De lidstaten zien er, in voorkomend geval met de hulp van de Commissie, op toe dat het ESF geen specifieke operaties steunt die tegelijk via andere transnationale programma's van de Gemeenschap, in het bijzonder op het gebied van onderwijs en opleiding, worden gefinancierd.

Artikel 9

Technische bijstand

De Commissie stimuleert in het bijzonder de uitwisseling van ervaringen, bewustmakingsactiviteiten, seminaries, netwerkvorming en intercollegiale toetsing die ten doel hebben om goede praktijken op te sporen en te verspreiden en om wederzijds leren, transnationale en interregionale samenwerking aan te moedigen ter versterking van de beleidsdimensie en van de bijdrage van het ESF tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van werkgelegenheid en sociale integratie.

Artikel 10

Verslagen

De jaarverslagen en eindverslagen over de uitvoering als bedoeld in artikel 67 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bevatten in voorkomend geval een samenvatting van de uitvoering van:

a) gendermainstreaming en genderspecifieke maatregelen;

b) maatregelen om de participatie van migranten op de arbeidsmarkt en derhalve hun sociale integratie te bevorderen;

c) maatregelen om de integratie van minderheden op de arbeidsmarkt te versterken en daardoor hun sociale integratie te verbeteren;

d) maatregelen om de integratie op de arbeidsmarkt en de sociale integratie van andere achterstandsgroepen, waaronder mensen met een handicap, te versterken;

e) innovatieve activiteiten, waaronder een presentatie van de thema's, de resultaten ervan en van hun verspreiding en mainstreaming;

f) activiteiten op het gebied van transnationale of interregionale samenwerking.

Artikel 11

Subsidiabiliteit van de uitgaven

1. Het ESF verstrekt steun ten behoeve van subsidiabele uitgaven waaronder, onverminderd artikel 53, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1083/2006, gezamenlijk door werkgevers en werknemers bijgedragen financiële middelen. De bijstand wordt verstrekt in de vorm van niet-terugvorderbare individuele of globale subsidies, terugvorderbare subsidies, rentesubsidies en microkredieten, garantiefondsen en de aankoop van goederen en diensten overeenkomstig de voorschriften inzake overheidsopdrachten.

2. De volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor een bijdrage uit het ESF:

a) terugvorderbare btw;

b) debetrente;

c) aankoop van meubelen, uitrusting, voertuigen, infrastructuur, onroerend goed en grond.

3. De volgende kosten worden beschouwd als in aanmerking komend voor een bijdrage uit het ESF als omschreven in lid 1, mits zij worden gemaakt overeenkomstig de nationale voorschriften, waaronder boekhoudregels, en onder de onderstaande specifieke voorwaarden:

a) de toelagen of salarissen die door een derde partij aan de deelnemers aan een concrete operatie zijn betaald en die tegenover de begunstigde zijn gecertificeerd;

b) in het geval van subsidies, de indirecte kosten gedeclareerd op forfaitaire basis tot 20 % van de directe kosten voor een concrete actie;

c) de afschrijvingskosten van de in lid 2, onder c), opgesomde afschrijfbare activa, die uitsluitend zijn toegewezen voor de duur van de concrete operatie, voor zover de overheidssubsidies niet hebben bijgedragen tot de verwerving van deze activa.

4. De subsidiabiliteitsregels die zijn vastgesteld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1080/2006 zijn van toepassing op de door het ESF medegefinancierde actie die binnen de werkingssfeer van artikel 3 van die verordening valt.

Artikel 12

Overgangsbepalingen

1. Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging, met inbegrip van de volledige of gedeeltelijke intrekking, van bijstandsverlening die door de Commissie is goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 1784/1999 of andere wetgeving die op 31 december 2006 op die bijstandsverlening van toepassing is en bijgevolg daarna op die bijstandsverlening of de betrokken projecten van toepassing zal zijn tot ze worden afgesloten.

2. Aanvragen die zijn ingediend in het kader van Verordening (EG) nr. 1784/1999 blijven geldig.

Artikel 13

Intrekkingen

1. Onverminderd artikel 12, wordt Verordening (EG) nr. 1784/1999 met ingang van 1 januari 2007 ingetrokken.

2. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden uitgelegd als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 14

Herzieningsclausule

Het Europees Parlement en de Raad bezien deze verordening vóór 31 december 2013 opnieuw, overeenkomstig de procedure van artikel 148 van het Verdrag.

Artikel 15

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 5 juli 2006.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. Borrell Fontelles

Voor de Raad

De voorzitster

P. Lehtomäki

[1] PB C 234 van 22.9.2005, blz. 27.

[2] PB C 164 van 5.7.2005, blz. 48.

[3] Advies van het Europees Parlement van 6 juli 2005 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 12 juni 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van het Europees Parlement van 4 juli 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

[4] Zie bladzijde 25 van dit Publicatieblad.

[5] PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5.

[6] Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.

--------------------------------------------------