Veelgestelde vragen

  1. Hoe gebeurt de schorsing van de uitbetaling van het leefloon nadat betrokkene het totaal van 4 weken per kalenderjaar bereikt heeft?

    Van zodra betrokkene de maximumgrens van 4 weken verblijf in het buitenland bereikt heeft, wordt elke nieuwe periode van verblijf in het buitenland niet meer per kalenderweek, maar per dag berekend.

    Vanaf elke dag dat de geoorloofde periode wordt overschreden, wordt de uitbetaling van het leefloon geschorst.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in september 5 dagen in het buitenland = schorsing leefloon 5 dagen.

    De uitbetaling van het leefloon wordt gedurende deze 5 dagen geschorst omdat het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland is overschreden.

  2. Hoe worden de verschillende periodes van verblijf in het buitenland in aanmerking genomen?

    Er wordt enkel rekening gehouden met de periodes gedurende de welke betrokkene minstens 7 aaneensluitende dagen in het buitenland verbleven heeft.

    Deze periodes worden omgerekend naar kalenderweken.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    Na dit laatste verblijf heeft betrokkene het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland per kalenderjaar bereikt.

     

  3. Hoe worden de verschillende periodes van verblijf in het buitenland in aanmerking genomen?

    Er wordt enkel rekening gehouden met de periodes gedurende de welke betrokkene minstens 7 aaneensluitende dagen in het buitenland verbleven heeft.

    Deze periodes worden omgerekend naar kalenderweken.

     

    Voorbeeld:

    Betrokkene verblijft in maart 10 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    betrokkene verblijft in mei 17 dagen in het buitenland = aanrekening 2 weken;

    betrokkene verblijft in juli 9 dagen in het buitenland = aanrekening 1 week;

    Na dit laatste verblijf heeft betrokkene het totaal van 4 weken verblijf in het buitenland per kalenderjaar bereikt.

     

md xs sm lg