Veelgestelde vragen

  1. Réforme APE et justification des frais de personnel dans le Rapport unique

    Le financement des APE a connu une réforme au début de l’année 2022. Dans ce cadre, l’octroi du financement a été modifié et un montant global est dorénavant octroyé aux CPAS sur base du nombre d’ETP employés dans les années antérieures et des exonérations de cotisations sociales.

    Dans le cadre de la justification des frais de personnel dans le Rapport unique, plus spécifiquement pour la subvention pour le frais de personnels, la subvention Participation et activation sociale, la subvention spécifique PIIS et pour le Fonds social gaz et électricité, il est nécessaire de déduire d’autres sources de financement du subside demandé au fédéral, notamment les financements APE.

    Le SPP IS n’a pas de directives particulières à donner quant à la ventilation du forfait sur le personnel repris dans la liste. Aussi, il appartient au CPAS de déduire le forfait APE comme il le souhaite selon le personnel concerné qui pourrait être co-financé via les subsides fédéraux en veillant à ce qu'il n'y ait pas de double financement ni de financement à plus de 100% des charges pour le CPAS pour chaque travailleur concerné.

    Cette ventilation du forfait peut être à part égale sur l'ensemble du personnel repris sur la liste, ou réparti selon une clé différente entre le personnel concerné et déclaré dans le Rapport unique.

    La seule exigence demandée par le SPP IS lors du contrôle est de pouvoir disposer de la liste du personnel concerné telle que reprise dans la plateforme du FOREM et de pouvoir disposer de la clé de répartition du forfait afin de pouvoir reconstituer les montants justifiés et s’assurer qu’il n’y ait ni double financement ni financement au-delà de 100% du salaire à la charge du CPAS (compte individuel patronal).

    Il est important de noter que le taux d’affectation au subside fédéral est calculé sur l’ensemble du coût salarial pour le CPAS pour le travailleur concerné avant déduction des autres subsides.

    Vous trouverez ci-dessous deux exemples.

    • M. X. – assistant social – travaille à temps plein 12 mois au CPAS et travaille à 100% à la réalisation et le suivi des PIIS. Son salaire brut annuel est de 36.000 euros. M. X entre dans les conditions pour bénéficier du subside APE, et le CPAS ventile 6.000 euros de son forfait annuel APE sur M. X.

    Le montant maximum que le SPP IS peut prendre en charge pour le salaire de M. X est de 30.000 €.

    36.000 (salaire brut) – 6.000 (APE) = 30.000

    • Mme Y – assistante sociale – travaille à temps plein 12 mois au CPAS. Elle travaille mi-temps sur la réalisation des PIIS. Son salaire brut annuel est de 36.000 euros. Mme Y entre dans les conditions pour bénéficier du subside APE et le CPAS ventile 6.000 euros de son forfait annuel APE sur Mme Y.

    Le montant maximum que le SPP IS peut prendre en charge pour le salaire de Mme Y est de 18.000 €.

    Etant donné que Mme Y n’est affecté qu’à 50% de son temps de travail sur les PIIS, le subside du SPP IS peut porter sur la moitié du salaire brut annuel sans déduire le subside APE étant donné qu’il reste plus de la moitié du salaire de Mme Y. à charge du CPAS.

  2. Wat is het maximum aantal liter dat per huishouden en per verwarmingsperiode in aanmerking kan komen voor een verwarmingstoelage?

    Indien de levering in bulk plaatsvond voor 1 juli 2022 bedraagt het maximaal aantal 1500 liter. Dit maximum werd verhoogd met 500 liter voor leveringen vanaf 1 juli 2022. De aanvrager kan dus vanaf 1 juli 2022 een nieuwe levering laten uitvoeren om ook aan dit maximum van 2000 liter te geraken.

    Indien de levering in bulk plaatsvond tussen 1 juli 2022 en 31 december 2022 bedraagt het maximaal aantal 2000 liter.

    Enkele voorbeelden hierover zijn terug te vinden in de omzendbrief van 1 juli 2022.

  3. Hebben personen die een forfaitaire toelage van 210 € ontvangen hebben voor een aankoop aan de pomp vóór 1 juli 2022 recht op een bijkomende forfaitaire toelage?

    Per verwarmingsperiode kan er slechts éénmaal een forfaitaire verwarmingstoelage bekomen worden.

    Personen die reeds een forfaitaire toelage van 210 € ontvangen hebben voor een aankoop aan de pomp vóór 1 juli 2022 en die zich met dezelfde soort brandstof zijn blijven verwarmen, kunnen hun aankoopbewijs van een aankoop aan de pomp tussen 1 juli 2022 en 31 december 2022, voorleggen.

    Indien het OCMW na een sociaal onderzoek vaststelt dat de persoon zich nog steeds met dit soort brandstof verwarmt, dan kan het OCMW de eerste beslissing m.b.t. een aankoop aan de pomp vóór 1 juli 2022, annuleren en de forfaitaire toelage toekennen tegen het huidige bedrag van 456 euro.

    De eerste beslissing wordt dan geacht nooit bestaan te hebben en betrokkene dient dan in principe het ontvangen bedrag van 210 € terug te storten aan het OCMW. Het OCMW heeft echter tegelijkertijd een schuld van 456 € ten aanzien van betrokkene. Bijgevolg kan het OCMW dan het principe van schuldvergelijking toepassen en aan betrokkene het saldo van 246 € uitbetalen.

    In het informatiesysteem dient het OCMW de eerste beslissing te schrappen en de tweede beslissing in te voeren. Aangezien de verwarmingstoelage elke maand rechtstreeks door de POD MI aan het OCMW wordt terugbetaald, zullen de rekeningen tijdens de afsluiting van de verwarmingsperiode in februari 2023 worden vereffend.

    Indien betrokkene echter geen aankoopbewijs kan voorleggen van een aankoop aan de pomp tussen 1 juli 2022 en 31 december 2022 heeft deze geen recht op een bijkomend bedrag.

  4. Wat indien het OCMW reeds een beslissing heeft genomen over een levering VANAF 1 juli 2022 vooraleer het koninklijk besluit van 6 augustus 2022, welke de toelage met terugwerkende kracht verhoogt vanaf 1 juli 2022, gepubliceerd werd?

    Het OCMW dient de eerste beslissing te annuleren en  verhoogde bedrag van de verwarmingstoelage toekennen. 

    De eerste beslissing wordt dan geacht nooit bestaan te hebben en betrokkene dient dan in principe het ontvangen bedrag terug te storten aan het OCMW. Het OCMW heeft echter tegelijkertijd een schuld ten aanzien van betrokkene door de toekenning van de nieuwe toelage. Bijgevolg kan het OCMW dan het principe van schuldvergelijking toepassen en aan betrokkene het saldo uitbetalen.

    In het informatiesysteem dient het OCMW de eerste beslissing te schrappen en de tweede beslissing in te voeren. Aangezien de verwarmingstoelage elke maand rechtstreeks door de POD MI aan het OCMW wordt terugbetaald, zullen de rekeningen tijdens de afsluiting van de verwarmingsperiode in februari 2023 worden vereffend. 

     

  5. Voorwaarden: Hoe ver moeten we gaan bij de DNSH-analyse? Moeten we noteren wanneer één medewerker een auto gebruikt?

    Binnen de DNSH-analyse wordt er vooral gevraagd of uw project aanzienlijke negatieve impact (“Do No Significant Harm”) zal hebben.
    Als jullie bijvoorbeeld van plan zouden zijn om honderden computers over te vliegen van Amerika naar België, zou een grondige analyse zeker aangewezen zijn.
    Als een medewerker die normaal met de auto naar het werk komt, ook in het kader van dit project met de auto naar het werk komt, zal het niet gaan over een aanzienlijke impact.
    Indien jullie deze medewerkers stimuleren om niet meer met de auto te komen of verplaatsingen in het kader van het project met de fiets te doen, waardoor de uitstoot zelfs verminderd wordt, mag dit altijd vermeld worden.
    Zo is de vermelding van het gebruik van gerecycleerde PC’s zeker zinvol.

  6. Financiering: Mogen de loonkosten enkel gespendeerd worden aan "OCMW-personeel"?

    Neen. 
    Met de loonkosten bedoelen wij de lonen die uitbetaald worden aan medewerkers van het project, voor het equivalent dat zij spenderen aan het project. Dit moeten zeker geen OCMW-medewerkers zijn, maar kunnen ook nieuwe aangeworven medewerkers zijn of medewerkers met relevante ervaring in digitale inclusie die nodig zijn om dit project tot een goed einde te brengen.

    Let bij loonkosten zeker op de volgende punten:
    •    Je moet kunnen aantonen dat dit personeel daadwerkelijk voor het project werkt voor welk percentage van een VTE (bijvoorbeeld met een tijdsrooster);
    •    Het personeelslid mag pas ingebracht worden als kost vanaf de start van het project (ten vroegste november 2022);
    •    De financiering moet duidelijk aangegeven worden in het financieel overzicht en er mag geen sprake zijn van dubbelfinanciering.

md xs sm lg