Veelgestelde vragen

  1. Kan het OCMW een vorig GPMI opnieuw actualiseren?

    Wanneer een persoon reeds een begunstigde was van het recht op maatschappelijke integratie dat gepaard ging met een GPMI, daarna voor een korte periode gaat werken om aansluitend hierop opnieuw een steun aan te vragen bij het OCMW, dan kan het vorige GPMI worden geactualiseerd. De maatschappelijke assistent en de begunstigde moeten de verschillende elementen van het vorig GPMI doorlopen om na te gaan of deze nog steeds overeenkomen en zij dienen dit te ondertekenen.

    Als de periode van werk korter is dan 3 maanden, is de sociale balans niet noodzakelijk.

  2. Hoe moet de zin "OCMW’s met het hoogst aantal leefloonbegunstigden die een gezin ten laste hebben (categorie 3) krijgen meer punten" begrepen worden?

    Om voor subsidiëring in aanmerking te komen moet een projectvoorstel vooreerst minstens 60/100 behalen bij de beoordeling van de selectiecriteria. De OCMW’s die minstens 60/100 behaalden worden op basis van de indicator ‘leefloongerechtigden cat.3’ in 5 groepen ingedeeld. Concreet wordt hierbij naar het relatief aandeel van de leefloongerechtigden cat. 3 gekeken. De quotering op de selectiecriteria wordt vervolgens vermeerderd met 0 tot 5 punten afhankelijk van het relatief aandeel van de leefloongerechtigden cat. 3 in het werkingsgebied van het OCMW (of het samenwerkingsverband).

  3. Om ontvankelijk te zijn wordt een beslissing van de OCMW-Raad voorgelegd waarin deze zich akkoord verklaart met de uitvoering van het project. Wat als de OCMW-Raad in juli niet meer samenkomt?

    Indien de OCMW-Raad in juli of augustus niet meer samenkomt dan zal de dossierverantwoordelijke bij het indienen van het aanvraagdossier een ondertekende verklaring geüploaden waarin staat dat de beslissing van de OCMW-Raad of OCMW-Raden tegen ten laatste 26 september 2018 aan de POD Maatschappelijke Integratie zal worden overgemaakt. De Raadsbeslissing(en) word(t)(en) vervolgens per email naar de frontoffice van de POD Maatschappelijke Integratie gestuurd. Indien de POD Maatschappelijke Integratie op 26 september 2018 niet in het bezit is van deze beslissing kan het project niet gesubsidieerd worden.

  4. Mag de socioprofessionele vrijstelling eveneens toegepast worden op het equivalent leefloon?

    Er is geen enkele wettelijke verplichting die de OCMW’s oplegt om de regels voor de berekening van de bestaansmiddelen, voorzien in de wet van 26 mei 2002, toe te passen op de begunstigden van het equivalent leefloon. Het al dan niet toekennen van financiële maatschappelijke dienstverlening, evenals de berekening van het bedrag ervan wordt geheel overgelaten aan de OCMW’s en is gebaseerd op hun evaluatie van de staat van behoeftigheid van de betrokkene. Om billijkheidsredenen passen de OCMW’s echter dezelfde regels toe voor de berekening van de bestaansmiddelen voor wat betreft de begunstigden van een leefloon als voor wat betreft de begunstigden van een equivalent leefloon. Bijgevolg mag de socioprofessionele vrijstelling worden toegepast op het equivalent leefloon.

  5. Wat wordt verstaan onder "analyse van de verwachtingen, vaardigheden, bekwaamheden en behoeften van de persoon" voorafgaand aan het opstellen van het GPMI?

    Vóór het opstellen van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie en met het oog op een maximale individualisering ervan, moet de maatschappelijk werker een analyse van de behoeften en van de mogelijkheden van de gerechtigde van het recht op maatschappelijke integratie uitvoeren. Artikel 11 van de wet van 26 mei 2002 bepaalt immers : "… Het project gaat uit van de verwachtingen, de vaardigheden, de bekwaamheden en de behoeften van de betrokken persoon en van de mogelijkheden van het centrum. Artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 (algemeen reglement) verduidelijkt eveneens dat "Alvorens er een contract wordt gesloten, het centrum een beoordeling van de behoeften van de persoon moet hebben gemaakt.".

    Deze analyse van de noden evenals van de mogelijkheden van een persoon is van groot belang omdat aan de hand daarvan de maatschappelijk werker niet alleen de vragen, noden en behoeften alsook belemmeringen en hindernissen van de gerechtigde in kaart kan brengen maar ook de mogelijkheden, bekwaamheden en vaardigheden waarover hij of zij beschikt. Zo kan de maatschappelijk werker samen met de gerechtigde nagaan wat hij of zij wil zijn en wil doen en wat hem of haar verhindert om zijn/haar doelstellingen te bereiken.

    Aldus zal de maatschappelijk werker een duidelijke diagnose kunnen stellen van de sociale toestand van de gerechtigde en relevante actievoorstellen kunnen opstellen in het kader van een GPMI.

    Verschillende thema’s kunnen aangeraakt en behandeld worden naargelang van de realiteit van de betrokken persoon, zoals:

    • de gezinssituatie, gezondheidstoestand, huisvestingstoestand, budgettaire toestand, administratieve toestand, mobiliteitstoestand, opleidingssituatie, beroepssituatie

    Andere invalshoeken zijn eveneens mogelijk om een volledig overzicht te hebben van de moeilijkheden maar ook van het potentieel van de gerechtigde:

    • cultureel leven en ontspanning, zelfbeeld en zelfvertrouwen, communicatievaardigheden, toegang tot de digitale wereld, deel uitmaken van een leefwereld en een sociaal netwerk, in staat zijn zich te organiseren, te plannen, …

    Via al deze thema's zullen de "stabiliserende" en "destabiliserende" elementen (of sterke en zwakke punten) van de gerechtigde worden belicht. De stabiliserende elementen zijn elementen die ondersteunend en versterkend kunnen werken bij het bepalen van de te bereiken doelstellingen in het kader van het GPMI. De destabiliserende elementen zijn de elementen waarop de doelstellingen van het GPMI zijn toegespitst.

    Welke vorm deze analyse van de behoeften en mogelijkheden aanneemt, maakt weinig uit. Ofwel neemt de analyse de vorm aan van een afzonderlijk document, "sociale balans" of "behoefteanalyse" genoemd of een andere benaming, gekozen door het OCMW; ofwel vormt deze analyse een onderdeel van het sociaal verslag. Wat telt is dat kan worden aangetoond dat de hierboven toegelichte behoefteanalyse wel degelijk werd uitgevoerd vóór het opstellen van het GPMI en dat de erin opgenomen doelstellingen beantwoorden aan de elementen die in deze analyse worden aangehaald. 

  6. Wie behoort tot de eerste categorie?

    De begunstigden van de verhoogde tussenkomt van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RVV):

    • weduwe of weduwnaar, invalide, gepensioneerde of wees

    • gehandicapt kind met een verhoogde kinderbijslag

    • langdurig werkloze (sinds meer dan een jaar) ouder dan 50 jaar

    • begunstigde van de inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

    • begunstigde van een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap

    • begunstigde van een leefloon (LL)

    • begunstigde van een equivalent leefloon en het bedrag van het bruto belastbaar jaarinkomen van het gezin is lager dan of gelijk aan € 18.363,39 vermeerderd met € 3.399,56 per persoon ten laste (voor de aanvragen ingediend vanaf 1 september 2017).

  7. Welke huishoudens behoren tot categorie 2?

    Huishoudens met een laag inkomen: het bedrag van het bruto belastbaar jaarinkomen van het huishouden is lager dan of gelijk aan € 18.363,39 (vanaf 1/09/2017) vermeerderd met € 3.399,56 (vanaf 1/09/2017) per persoon ten laste.

    Om als persoon ten laste te worden beschouwd, dient het netto inkomen lager te zijn dan 3.200€ (vanaf 01/01/2018), de gezinsbijslag en het onderhoudsgeld voor kinderen niet meegeteld.

  8. Geeft een bijlage 15 waarvan het zesde vakje aangevinkt werd recht op maatschappelijke integratie en/of maatschappelijke dienstverlening?

    Het opschrift van het zesde vakje luidt: om een procedure artikel 110 bis op te starten (art. 110 bis).

     

    Er kan een bijlage 15 afgeleverd worden aan de vreemdeling die het slachtoffer is van mensenhandel of mensenhandel indien deze niet over een verblijfstitel beschikt.

     

    De betrokkene kan aanspraak maken op het recht op maatschappelijke dienstverlening tijdens de geldigheidsduur van zijn bijlage 15.

Pages

md xs sm lg