Laatste nieuws

  1. Niet telefonisch bereikbaar op donderdag 26 april

    Onze FrontOffice is niet telefonisch bereikbaar op donderdag 26 april. Je kan uiteraard altijd mailen: vraag@mi-is.be . Op andere dagen kan je onze FrontOffice bellen (+32 2 508 85 85) tussen 8.30 en 12.30 uur en van 13 tot 16.30 uur (...
  2. De ontdekkingsstages zijn terug!

    De POD Maatschappelijke Integratie organiseert ontdekkingsstages voor OCMW's. Verschillende van onze diensten stellen zich ter beschikking om hen te helpen de werking van de POD MI beter te begrijpen en de samenwerking tussen de POD MI en...

Laatste toevoegingen aan FAQ's

  1. Mag de socioprofessionele vrijstelling eveneens toegepast worden op het equivalent leefloon?

    Er is geen enkele wettelijke verplichting die de OCMW’s oplegt om de regels voor de berekening van de bestaansmiddelen, voorzien in de wet van 26 mei 2002, toe te passen op de begunstigden van het equivalent leefloon. Het al dan niet toekennen van financiële maatschappelijke dienstverlening, evenals de berekening van het bedrag ervan wordt geheel overgelaten aan de OCMW’s en is gebaseerd op hun evaluatie van de staat van behoeftigheid van de betrokkene. Om billijkheidsredenen passen de OCMW’s echter dezelfde regels toe voor de berekening van de bestaansmiddelen voor wat betreft de begunstigden van een leefloon als voor wat betreft de begunstigden van een equivalent leefloon. Bijgevolg mag de socioprofessionele vrijstelling worden toegepast op het equivalent leefloon.

  2. Wat wordt verstaan onder "analyse van de verwachtingen, vaardigheden, bekwaamheden en behoeften van de persoon" voorafgaand aan het opstellen van het GPMI?

    Vóór het opstellen van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie en met het oog op een maximale individualisering ervan, moet de maatschappelijk werker een analyse van de behoeften en van de mogelijkheden van de gerechtigde van het recht op maatschappelijke integratie uitvoeren. Artikel 11 van de wet van 26 mei 2002 bepaalt immers : "… Het project gaat uit van de verwachtingen, de vaardigheden, de bekwaamheden en de behoeften van de betrokken persoon en van de mogelijkheden van het centrum. Artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 (algemeen reglement) verduidelijkt eveneens dat "Alvorens er een contract wordt gesloten, het centrum een beoordeling van de behoeften van de persoon moet hebben gemaakt.".

    Deze analyse van de noden evenals van de mogelijkheden van een persoon is van groot belang omdat aan de hand daarvan de maatschappelijk werker niet alleen de vragen, noden en behoeften alsook belemmeringen en hindernissen van de gerechtigde in kaart kan brengen maar ook de mogelijkheden, bekwaamheden en vaardigheden waarover hij of zij beschikt. Zo kan de maatschappelijk werker samen met de gerechtigde nagaan wat hij of zij wil zijn en wil doen en wat hem of haar verhindert om zijn/haar doelstellingen te bereiken.

    Aldus zal de maatschappelijk werker een duidelijke diagnose kunnen stellen van de sociale toestand van de gerechtigde en relevante actievoorstellen kunnen opstellen in het kader van een GPMI.

    Verschillende thema’s kunnen aangeraakt en behandeld worden naargelang van de realiteit van de betrokken persoon, zoals:

    • de gezinssituatie, gezondheidstoestand, huisvestingstoestand, budgettaire toestand, administratieve toestand, mobiliteitstoestand, opleidingssituatie, beroepssituatie

    Andere invalshoeken zijn eveneens mogelijk om een volledig overzicht te hebben van de moeilijkheden maar ook van het potentieel van de gerechtigde:

    • cultureel leven en ontspanning, zelfbeeld en zelfvertrouwen, communicatievaardigheden, toegang tot de digitale wereld, deel uitmaken van een leefwereld en een sociaal netwerk, in staat zijn zich te organiseren, te plannen, …

    Via al deze thema's zullen de "stabiliserende" en "destabiliserende" elementen (of sterke en zwakke punten) van de gerechtigde worden belicht. De stabiliserende elementen zijn elementen die ondersteunend en versterkend kunnen werken bij het bepalen van de te bereiken doelstellingen in het kader van het GPMI. De destabiliserende elementen zijn de elementen waarop de doelstellingen van het GPMI zijn toegespitst.

    Welke vorm deze analyse van de behoeften en mogelijkheden aanneemt, maakt weinig uit. Ofwel neemt de analyse de vorm aan van een afzonderlijk document, "sociale balans" of "behoefteanalyse" genoemd of een andere benaming, gekozen door het OCMW; ofwel vormt deze analyse een onderdeel van het sociaal verslag. Wat telt is dat kan worden aangetoond dat de hierboven toegelichte behoefteanalyse wel degelijk werd uitgevoerd vóór het opstellen van het GPMI en dat de erin opgenomen doelstellingen beantwoorden aan de elementen die in deze analyse worden aangehaald. 

  3. Geeft een bijlage 15 waarvan het zesde vakje aangevinkt werd recht op maatschappelijke integratie en/of maatschappelijke dienstverlening?

    Het opschrift van het zesde vakje luidt: om een procedure artikel 110 bis op te starten (art. 110 bis).

     

    Er kan een bijlage 15 afgeleverd worden aan de vreemdeling die het slachtoffer is van mensenhandel of mensenhandel indien deze niet over een verblijfstitel beschikt.

     

    De betrokkene kan aanspraak maken op het recht op maatschappelijke dienstverlening tijdens de geldigheidsduur van zijn bijlage 15.

Multimedia

MIRIAM film

md xs sm lg